Behoorlijke voorlichting is wel te verkrijgen!

Naar aanleiding van het optreden van Pater Cornelio Strooband in het Limburgse Leunen ging het lokale weekblad Peel en Maas op onderzoek uit om na te gaan of er over Holambra wel behoorlijke voorlichting beschikbaar was. De krant sprak met de vertegenwoordiger van Holambra in Nederland, Gerard Duijsens en concludeerde dat die wel beschikbaar was. Hier volgt de zoektocht Peel en Maas naar behoorlijke voorlichting.

Enkele weken geleden plaatsten wij naar aanleiding van het bezoek van pater Cornelio Strooband te Leunen, in dit blad een artikel, waarin wij o.m. aandrongen op een behoorlijke voorlichting over de emigratie naar Brazilië. Op dit artikel hebben verschillende lezers en instanties gereageerd. Van lezers, in hoofdzaak aspirant-emigranten ontvingen we enkele bijvalsbetuigingen, waaruit bleek, dat inderdaad in die kringen behoefte werd gevoeld aan behoorlijke voorlichting. Van de verschillende instanties willen we hier slechts noemen de vertegenwoordiger van Holambra, de Nederlandse landbouwkolonie in Brazilië op de bekende Fazenda Ribeirao, met wie wij een langdurig onderhoud mochten hebben over de mogelijkheden en moeilijkheden van de emigratie naar Brazilië en bijzonder die naar de Fazenda Ribeirão.
Uit dit gesprek bleek, dat behoorlijke voorlichting inderdaad te krijgen is. Niet alleen liggen er honderden brieven van mensen uit de Fazenda, maar ook officiële rapporten van Nederlandse autoriteiten, aan de hand waarvan de aspirant-emigrant zich een zo duidelijk mogelijk beeld kan vormen van de toekomst die hem in dit Zuid-Amerikaanse land wacht. Zo zijn verschillende financiële gegevens voor iedereen verkrijgbaar mits men er maar om vraagt. Velen laten zich echter afschrikken door de zgn. “kwestie Ribeirão”.

Kwestie Ribeirão
Men heeft hierover al van alles gehoord, en het is dikwijls zo, dat men door de bomen het bos niet meer kan onderscheiden. Inderdaad zijn er moeilijkheden geweest in deze Nederlandse nederzetting, moeilijkheden, die ook emigranten naar andere landen ondervonden hebben en moeilijkheden die ontstaan zijn door de opzet van de Fazenda.

Gerard Duijsens, vertegenwoordiger van Holambra in Nederland

Hier moest namelijk begonnen worden in een vreemde wereld, zonder voldoende financiën. Men heeft toen de zaak opgezet met jonge grote gezinnen, hoewel bv. vrijgezellen heel wat gemakkelijker geweest zouden zijn i.v.m. huisvesting, onderwijs, scholen etc., terwijl ook de arbeidsprestatie van iedere emigrant groter geweest zou zijn, daar vrijgezellen geheel konden worden ingezet, terwijl jonge gezinnen slechts 1 op 5 of 6 leveren. Men heeft dit echter niet gedaan en is met jonge gezinnen begonnen die in een soort Christelijk communisme de eerste moeilijke jaren moesten overbruggen en tevens ook voor de toekomstige emigranten de weg moesten effenen.
Nu zijn onze boeren wel Christelijk, maar in ieder geval geen communisten en het valt nu eenmaal niet mee, als men zelfstandig boer geweest is, zich nu de wet voor te laten schrijven en altijd de gemeenschap voorrang te moeten verlenen. De moeilijkheden, die hierdoor zijn ontstaan, liggen dus niet direct op financieel of materieel terrein, maar op de eerste plaats meer op geestelijk terrein.
Verschillende van de emigranten konden zich tenslotte niet verenigen met deze instelling die echter door de omstandigheden nu eenmaal voorgeschreven was. Voeg daarbij de andere beginmoeilijkheden van veeziektes, mislukkingen van de oogsten etc., dan is het duidelijk dat met en door die geestelijke conflicten ook op andere terreinen verhoudingen scheef werden getrokken. Zelfs zo, dat 16 boeren van de fazenda zijn vertrokken en zich elders hebben gevestigd.
De pers is zich met deze moeilijkheden gaan bemoeien en zo is feitelijk de kwestie Ribeirão ontstaan die ook hier nogal wat beroering heeft gewekt en waarover al menig hard woord is gevallen. De een weet dit te vertellen, de ander dat, de een is er voor de ander er tegen en zo vertrouwt men de zaak niet meer. En zo is het dus mogelijk dat men alle inlichtingen over de fazenda niet goed vertrouwt.

Nuchtere cijfers
hebben dikwijls echter verhelderend kunnen werken en de heer Duysens liet ons de volgende cijfers zien: in 4 jaar kwamen 2000 ha. in cultuur op de Fazenda Ribeirão. Men beschikt thans over een coöperatief zuivelfabriekje, waarin dagelijks 4000 liter melk verwerkt worden tot melkproducten en beter. Voorts heeft men op de fazenda een eigen mengvoer-inrichting op coöperatieve basis, waarin per maand ruim 200 ton mengvoeders worden bereid, hoofdzakelijk voor eigen veestapel. Verder is er een steenbakkerij, een houtzagerij, een timmer- en een meubelmakerswerkplaats, een bakkerij en een coöperatieve winkel, een smederij en een machinewerkplaats in volle bedrijf ten dienste der fazendabewoners.
De veestapel omvat ongeveer 700 stuks rundvee, 3000 varkens en 70.000 kippen, terwijl het aantal fazendabewoners rond 600 personen bedraagt. De teelt van diverse gewassen verloopt bevredigend en verkregen opbrengsten van 20.000 kg. aardappelen, 3200 kg. mais en 3000 kg. rijst per hectare bewijzen dit. De aanplantingen van citrusbomen, ananas en druiven beslaan reeds enkele tientallen ha en de eerste vruchten werden reeds geoogst. Voor de afzet der producten heeft men een coöperatief afzetorgaan ter beschikking, hetwelk zeer behoorlijk functioneert.
Ongeveer 80 boeren werken in eigen bedrijf van 15-30 ha al naar gelang de gezinssamenstelling. Dit bedrijf is nog niet hun eigendom, doch de hoop is gewettigd, dat zij allen na 10 jaren dit bedrijf met inventaris in volle eigendom onbelast zullen bezitten.
Dat er enige (16) boeren door uittreden uit de coöperatie, waarvan enkele door opzegging van hun lidmaatschap naar elders vertrokken zijn, is een feit. Maar hierin zijn zij vrij, en dat zij in dergelijk geval hun gehele kapitaalinbreng niet uitgekeerd zouden krijgen, wisten allen reeds vóór hun vertrek. Opzettelijk is deze regeling toegepast, om zodoende te voorkomen, dat avonturiers in dit kolonieverband zouden vertrekken en misbruik maken van die gelegenheid.
Verder verklaarde de heer Duysens, dat er tegenover de publicaties, ook andere en zeer bemoedigende berichten bestaan, is aan de hand van tientallen brieven van fazendabewoners aan hun naaste familieleden hier te lande, al te bewijzen. Zo schreef kortgeleden een Limburgse boer, die nu sinds anderhalf jaar met zijn gezin op de fazenda woont: “Wij vragen ons hier wel eens af, of het nog zin heeft om naar Holland te schrijven, dat het ons goed gaat. Men gelooft ons toch niet, maar hecht blijkbaar meer waarde aan andere ongunstige berichten. In alle geval kunt ge er van verzekerd zijn, dat wij nog geen dag spijt hebben gehad hierheen te zijn gekomen. Wij hebben het best naar onze zin, ook de kinderen.”
Een andere klank is de mening van een deputatie van vijf man uit de protestantse kolonie Carambeí, dus van mensen, die reeds tientallen jaren in Brazilië wonen en werken en die toch wel voor ter plaatse als georiënteerd kunnen doorgaan. Deze Nederlandse Brazilianen bezochten de fazenda, mede naar aanleiding van de aldaar circulerende geruchten in februari j.l. en bleven er enkele dagen als gast.
Gedurende hun verblijf aldaar hebben zij volop gelegenheid gehad met alle fazendabewoners contact op te nemen en de gewassen en ’t vee te bezichtigen. Bij hun vertrek zeiden deze mensen: “Wat wij hier gezien en bevonden hebben, is voor ons een openbaring. Wat wij nastreven en eenmaal hopen te bereiken, is hier reeds grotendeels verwezenlijkt. Wij hebben nog een verzoek, nl. mogen wij onze mensen hierheen sturen om dit te leren.”
Een dergelijke uiting van in dat land geacclimatiseerde landgenoten zegt toch wel wat!

Tenslotte gaf een Braziliaanse instantie in het grote Braziliaanse periodiek “Cruzeiro” van februari j.l. in een uitvoerig, met diverse foto’s verlucht artikel, als haar slotconclusie: “Dat, wat hier op de fazenda gebeurt, het grootste experiment op landbouwgebied is van Zuid-Amerika.”

Conclusie
Uit bovenstaand blijkt dus wel, dat ook in Brazilië resultaten zijn te behalen. Maar ook hier – en we durven haast te zeggen, hier nog meer dan elders – dient op de eerste plaats een behoorlijke voorlichting vooraf te gaan. Niet alleen zal men de taal zo goed mogelijk moeten leren, zoveel mogelijk over land en volk dienen te weten te komen, maar vooral zal men zich dienen te realiseren met welke moeilijkheden, ook op geestelijk terrein men te doen zal krijgen. En men zal zich eerlijk af dienen te vragen of men in staat is, die moeilijkheden te dragen.
Emigreren is niet hetzelfde als een ander pak aantrekken, of een andere taal te leren spreken, emigreren is een totale verandering. Nu de beginmoeilijkheden overwonnen zijn in de fazenda, nu is er voor iemand die werken wil inderdaad ook toekomst. Een toekomst, waarover men zo uitvoerig mogelijk wordt ingelicht.

 

Wie was wie in Holambra?

Wim Welle in 1948

Wie op zoek is naar oude foto’s uit de beginjaren van Holambra kan natuurlijk het beste het lokale museum bezoeken. Op initiatief van pionier Wim Welle (1915-2004) werd in 1988 begonnen met het bijeenbrengen van fotocollecties uit de beginjaren van dit bijzondere stukje Nederland in Brazilië. Als je door Nederlandse tijdschriften uit deze jaren bladert, dan kom je vaak zijn foto’s tegen. Zijn eigen fotocollectie was het begin van de collecties van het museum. Met behulp van Tulipana wordt deze collectie gedigitaliseerd en stap voor stap online gepubliceerd.

more “Wie was wie in Holambra?”

Herinnering aan Lodewijk (Lo) Hulsman (1950-2016)

In 2011 werd ik benaderd door benaderd om plaats te nemen in een begeleidingscommissie van het Nationaal Archief ter voorbereiding van de onderzoeksgids Nederlandse groepsmigratie naar Brazilië. Voor mij kwam dit verzoek op een goed moment, want ik had net een jaar eerder besloten mijn boek over Holambra te gaan actualiseren. Iemand die voor mij wat voorwerk kon doen was altijd welkom. En natuurlijk is het leuk om een keer je expertise te kunnen inzetten bij het project van een ander. De persoon die mij benaderde was Lodewijk Hulsman, op het oog een flierefluiter maar bij nadere kennismaking een gedreven onderzoeker. Lodewijk ging met een sneltreinvaart aan de slag en wist in korte tijd vrijwel alle in Nederlandse archieven gedeponeerde bronnen over de Nederlandse groepsmigratie naar Brazilië bijeen te brengen in zijn onderzoeksgids. more “Herinnering aan Lodewijk (Lo) Hulsman (1950-2016)”

De (r)emigratie van de familie Niens

In 1958 emigreerde de familie Niens uit Dalfsen, bestaande uit vader van 47 jaar, moeder van 44 jaar en 5 jongens en 6 meisjes in de leeftijd van 3 t/m 19 jaar naar Holambra. Zeven jaar later keerde het gezin terug naar Nederland. Gerard Niens schreef het onderstaande verhaal over hun verblijf in Brazilië. Het verhaal verscheen eerder in het tijdschrift van de Historische Kring Dalfsen, Rondom Dalfsen, nr. 56.

Familie G.J. Niens in 1958

more “De (r)emigratie van de familie Niens”

Emigranten zoeken de waarheid

Het artikel in De Nieuwe Eeuw van pater Cornelio Strooband over het drama van de getekenden en ongetekenden en zijn problemen bij de vestiging van een nieuwe kolonie in Paraná wekte opnieuw beroering in katholieke streken in Nederland. In juni 1953 kwam Strooband naar Nederland om nieuwe emigranten te werven voor zijn kolonie. De lokale pers hoopte dat hij toelichting zou geven op zijn onthutsende verhaal over de Fazenda Ribeirão. Strooband wilde hier niet op ingaan. Ook het Venrayse weekblad Peel en Maas, dat een voordracht van hem bijwoonde, werd teleurgesteld.

more “Emigranten zoeken de waarheid”

Welvaart in een Nederlandse kolonie

De familie Lamers in 1948; één van de families die zich in 1953 in Castro vestigde.

Op 18 juli 1953 publiceerde het weekblad De Nieuwe Eeuw een korte reportage over de kleine kolonie Bela Vista in Castro (PR), die het resultaat was van de inspanningen van pater Cornélio Strooband MSC. Het blad wilde laten zien dat het goed ging met de uit de Fazenda Ribeirão vertrokken emigranten en dat ze allesbehalve in het Braziliaanse oerwoud terecht waren gekomen. Op dat moment verbleef Strooband in Nederland om nieuwe emigranten te werven voor zijn kolonie.

Wellicht zal iemand zich afvragen wat er nu precies gebeurd is met de diverse Hollandse families, die van de bekende Fazenda Ribeirão zijn weggetrokken. Het grote onbekende Brazilië in. Het is goed daar iets over te vertellen en wel met name over de groep van elf families die zich in Paraná hebben gevestigd. Het is licht te begrijpen, dat zij bij ’t horen van deze, bij ons vrij onbekende Staat, wij ons dit groepje voorstellen, als verloren in het “eindeloze binnenland” in een “verloren uithoek” van de wereld, tussen “oerwouden” en ver van alle beschaafde centra. In dergelijke geest bereikten hen wel brieven van familieleden uit Holland, brieven vol meelij en bezorgdheid, brieven waarover en wel hartelijk, werd gelachen door de mensen daar. Want… de werkelijkheid is zo geheel anders.

more “Welvaart in een Nederlandse kolonie”

Een nieuwe kolonie in Castro (3)

De vestiging op de Fazenda Bela Vista

Na zijn bezoek aan de Fazenda Ribeirão besloten twee emigranten die geweigerd hadden het nieuwe contract met de coöperatie te tekenen met pater Strooband mee te gaan naar Castro. Dit waren Jos Sleutjes en Jan Lamers. Zij kochten direct een stuk grond op de aan Castrolanda grenzende Fazenda Bela Vista. Negen andere boeren volgden hun voorbeeld, waarna op 26 april 1953 de eerste familie arriveerde in de nieuwe kolonie.
Niet iedereen was enthousiast over deze voortvarendheid van Strooband. Met name de Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging in Rio de Janeiro en bij de Nederlandse consul in Paraná, dominee William Muller werkten tegen. In het derde en laatste deel van zijn uitvoerige brief aan het weekblad De Nieuwe Eeuw doet Strooband hiervan uitvoerig verslag.
more “Een nieuwe kolonie in Castro (3)”

Een nieuwe kolonie in Castro (2)

Het drama van de getekenen en ongetekenden op Ribeirão

In het eerste deel van zijn brief deed pater Cornélio Strooband verslag van zijn aankomst in Castro en de aanwezigheid van twee Nederlandse protestantse kolonies in de nabijheid. Een goed land voor Hollandse emigranten was zijn conclusie, maar waarom niet voor katholieken? Strooband ging hierover praten in Rio de Janeiro en kreeg daar de suggestie om eens poolshoogte te gaan nemen in Ribeirão en verslag te doen van het conflict dat zich daar afspeelde tussen de boeren die het nieuwe contract met de coöperatie hadden getekend en zij die dat bleven weigeren.
more “Een nieuwe kolonie in Castro (2)”

Een nieuwe kolonie in Castro (1)

Pater Cornélio Strooband MSC

Toen begin 1953 op de Fazenda Ribeirão de tegenstelling tussen enerzijds de boeren die het nieuwe in het Portugees opgestelde contract hadden ondertekend en de dertig boeren die dat weigerden niet meer overbrugbaar bleek te zijn diende zich een “redder” aan in de persoon van pater Cornélio Strooband MSC. Strooband was sinds eind 1952 werkzaam in Castro en had van de bisschop van Ponta Grossa naar eigen zeggen opdracht gekregen een katholieke kolonie te stichten dat als tegenwicht kon dienen tegenover wat hij noemde de “protestantse invloedssfeer” die het gevolg was van de aanwezigheid van de Nederlandse kolonies Carambeí en Castrolanda. Daartoe had Strooband de boeren op het oog die in Holambra weigerden het nieuwe contract met de coöperatie te tekenen. Dit contract noemde hij “het drama van de getekenden en de ongetekenden.”
Op 20 juni 1953 publiceerde het weekblad De Nieuwe Eeuw een uitvoerige brief van Strooband waarin deze zijn pogingen om deze kleine katholieke kolonie te realiseren. ‘Het pretentieloze, onopgesmukte verslag door een bezorgde jonge priester, boeiend in zijn eenvoudige stijl, herbergt een zee van tragiek en teleurstelling’, aldus het weekblad. Hij schetst hierin de situatie die hij aantrof in Castro, zijn bezoek aan Ribeirão en tenslotte de stichting van de kolonie Santo António in Castro en de tegenwerking die hij daarbij ondervond van de Nederlandse autoriteiten in Rio en Paraná.
Het eerste deel van Stroobands relaas handelt over zijn aankomst in Castro en zijn kennismaking met de nabijgelegen protestantse kolonies Carambeí en Castrolanda. more “Een nieuwe kolonie in Castro (1)”

De “disneyficatie” van Holambra

João Luiz van Ham Mello heeft in 2015 in het kader van zijn opleiding Toerisme aan de Federale Universiteit van Minas Gerais onderzoek gedaan naar de gevolgen van het stedebouwkundig beleid gericht op de toeristificatie van het stadsgezicht van Holambra. Hij concludeert onder andere dat gebouwen en plaatsen in Holambra die herinneren aan het ontstaan van de kolonie en dus cultuur-historische erfenis niet worden onderhouden. Daarentegen worden wel nieuwe gebouwen gerealiseerd die een geïdealiseerd en geconstrueerd Hollands straatbeeld met gevels te zien geven, gericht op toerisme en op het aantrekkelijk maken van Holambra voor nieuwe bewoners.

Holambra heeft zich ontwikkeld tot een zelfstandige gemeente, en is inmiddels hoog gewaardeerd als het gaat om leefbaarheid en economische voorspoed. Maar het verleden moet niet worden vergeten. Het beschikbaar maken van digitaal erfgoed over Holambra, zoals het Tulipana project tot nu toe heeft gedaan, draagt een klein steentje bij aan het instandhouden van de herinnerinig aan het verleden en het bewustzijn over de werkelijke inspanningen die decennialang destijds geleverd zijn om Holambra succesvol te ontwikkelen. Hopelijk kan digitalisering en het vergroten van de toegankelijkheid van het archief en de collecties van de kolonie ertoe bijdragen dat ook de bouwhistorie opnieuw de aandacht en waardering krijgt die het verdient.

Lees hier een Nederlandse samenvatting van het afstudeeronderzoek: JoaoVanHam2015.pdf