Herinnering aan Lodewijk (Lo) Hulsman (1950-2016)

In 2011 werd ik benaderd door benaderd om plaats te nemen in een begeleidingscommissie van het Nationaal Archief ter voorbereiding van de onderzoeksgids Nederlandse groepsmigratie naar Brazilië. Voor mij kwam dit verzoek op een goed moment, want ik had net een jaar eerder besloten mijn boek over Holambra te gaan actualiseren. Iemand die voor mij wat voorwerk kon doen was altijd welkom. En natuurlijk is het leuk om een keer je expertise te kunnen inzetten bij het project van een ander. De persoon die mij benaderde was Lodewijk Hulsman, op het oog een flierefluiter maar bij nadere kennismaking een gedreven onderzoeker. Lodewijk ging met een sneltreinvaart aan de slag en wist in korte tijd vrijwel alle in Nederlandse archieven gedeponeerde bronnen over de Nederlandse groepsmigratie naar Brazilië bijeen te brengen in zijn onderzoeksgids.

Buiten de reguliere vergaderingen op het Nationaal Archief om zocht hij me vaak op om kennis uit te wisselen. Deze gesprekken gingen ook over Brazilië, waar zijn vriendin woonde en waar hij onderzoek deed naar de handelsrelaties tussen de Nederlanders en de indianen in het noordelijke Amazonegebied. Zijn vaste standplaats was Boa Vista in Roraíma, de enige Braziliaanse deelstaat die in zijn geheel op het noordelijk halfrond ligt.

Uit gesprekken die ik met een vriend van mij had begreep ik dat hij Lodewijk – of Lo voor vrienden – kende en dat hij in Amsterdam enige bekendheid genoot als muzikant. Zo’n tien jaar geleden vertelde Lodewijk dat hij ging promoveren. Uiteindelijk leidde dit in 2009 tot de verdediging van het proefschrift Nederlands Amazonia. Handel met indianen tussen 1580 en 1680. Toen hij promoveerde was net zijn vader Louk Hulsman, voormalig hoogleraar strafrecht en criminologie aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam, overleden. Uit de gesprekken die ik met hem voerde kwam naar voren dat hij zich graag in Brazilië wilde vestigen en er alles aan deed om een vaste plek te verwerven aan de universiteit van Boa Vista. Hij was sterk begaan met het lot van de indianen en wist veel te vertellen over de politieke machinaties in Brazilië.

Na de presentatie van de onderzoeksgids in 2012 bleef ik hem met enige regelmaat zien. Meestal was dat om de drie maanden, net nadat zijn visum voor Brazilië was verlopen en hij genoodzaakt was om drie maanden in Nederland te bivakkeren. Lodewijk kwam dan naar het Nationaal Archief om weer onderzoek te doen. Dit onderzoek leidde tot enkele nieuwe publicaties, zoals het boek De reizen van Adriaan van Berkel naar Guiana. Indianen en planters in de 17e eeuw uit 2014. De laatste keer dat ik hem in Den Haag ontmoette kwam hij vervroegd terug naar Nederland. Zijn stem was hees en hij werd behandeld voor keelkanker. Dat we niets meer vernamen van Lodewijk was geen goed teken. Een half jaar geleden, op 2 december 2016, is hij op 66-jarige leeftijd overleden. Een foto die ik op internet aantrof van vier maanden eerder toonde me een broze man, heel anders dan de energieke vent die enige jaren eerder nog grootse plannen had in Brazilië.

Mij rest niets anders dan om zijn echtgenote Odileiz Souza Cruz, zijn zoon Boaz en zijn zus Jehanne sterkte toe te wensen.

De (r)emigratie van de familie Niens

In 1958 emigreerde de familie Niens uit Dalfsen, bestaande uit vader van 47 jaar, moeder van 44 jaar en 5 jongens en 6 meisjes in de leeftijd van 3 t/m 19 jaar naar Holambra. Zeven jaar later keerde het gezin terug naar Nederland. Gerard Niens schreef het onderstaande verhaal over hun verblijf in Brazilië. Het verhaal verscheen eerder in het tijdschrift van de Historische Kring Dalfsen, Rondom Dalfsen, nr. 56.

Familie G.J. Niens in 1958

more “De (r)emigratie van de familie Niens”

Emigranten zoeken de waarheid

Het artikel in De Nieuwe Eeuw van pater Cornelio Strooband over het drama van de getekenden en ongetekenden en zijn problemen bij de vestiging van een nieuwe kolonie in Paraná wekte opnieuw beroering in katholieke streken in Nederland. In juni 1953 kwam Strooband naar Nederland om nieuwe emigranten te werven voor zijn kolonie. De lokale pers hoopte dat hij toelichting zou geven op zijn onthutsende verhaal over de Fazenda Ribeirão. Strooband wilde hier niet op ingaan. Ook het Venrayse weekblad Peel en Maas, dat een voordracht van hem bijwoonde, werd teleurgesteld.

more “Emigranten zoeken de waarheid”

Welvaart in een Nederlandse kolonie

De familie Lamers in 1948; één van de families die zich in 1953 in Castro vestigde.

Op 18 juli 1953 publiceerde het weekblad De Nieuwe Eeuw een korte reportage over de kleine kolonie Bela Vista in Castro (PR), die het resultaat was van de inspanningen van pater Cornélio Strooband MSC. Het blad wilde laten zien dat het goed ging met de uit de Fazenda Ribeirão vertrokken emigranten en dat ze allesbehalve in het Braziliaanse oerwoud terecht waren gekomen. Op dat moment verbleef Strooband in Nederland om nieuwe emigranten te werven voor zijn kolonie.

Wellicht zal iemand zich afvragen wat er nu precies gebeurd is met de diverse Hollandse families, die van de bekende Fazenda Ribeirão zijn weggetrokken. Het grote onbekende Brazilië in. Het is goed daar iets over te vertellen en wel met name over de groep van elf families die zich in Paraná hebben gevestigd. Het is licht te begrijpen, dat zij bij ’t horen van deze, bij ons vrij onbekende Staat, wij ons dit groepje voorstellen, als verloren in het “eindeloze binnenland” in een “verloren uithoek” van de wereld, tussen “oerwouden” en ver van alle beschaafde centra. In dergelijke geest bereikten hen wel brieven van familieleden uit Holland, brieven vol meelij en bezorgdheid, brieven waarover en wel hartelijk, werd gelachen door de mensen daar. Want… de werkelijkheid is zo geheel anders.

more “Welvaart in een Nederlandse kolonie”

Een nieuwe kolonie in Castro (3)

De vestiging op de Fazenda Bela Vista

Na zijn bezoek aan de Fazenda Ribeirão besloten twee emigranten die geweigerd hadden het nieuwe contract met de coöperatie te tekenen met pater Strooband mee te gaan naar Castro. Dit waren Jos Sleutjes en Jan Lamers. Zij kochten direct een stuk grond op de aan Castrolanda grenzende Fazenda Bela Vista. Negen andere boeren volgden hun voorbeeld, waarna op 26 april 1953 de eerste familie arriveerde in de nieuwe kolonie.
Niet iedereen was enthousiast over deze voortvarendheid van Strooband. Met name de Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging in Rio de Janeiro en bij de Nederlandse consul in Paraná, dominee William Muller werkten tegen. In het derde en laatste deel van zijn uitvoerige brief aan het weekblad De Nieuwe Eeuw doet Strooband hiervan uitvoerig verslag.
more “Een nieuwe kolonie in Castro (3)”

Een nieuwe kolonie in Castro (2)

Het drama van de getekenen en ongetekenden op Ribeirão

In het eerste deel van zijn brief deed pater Cornélio Strooband verslag van zijn aankomst in Castro en de aanwezigheid van twee Nederlandse protestantse kolonies in de nabijheid. Een goed land voor Hollandse emigranten was zijn conclusie, maar waarom niet voor katholieken? Strooband ging hierover praten in Rio de Janeiro en kreeg daar de suggestie om eens poolshoogte te gaan nemen in Ribeirão en verslag te doen van het conflict dat zich daar afspeelde tussen de boeren die het nieuwe contract met de coöperatie hadden getekend en zij die dat bleven weigeren.
more “Een nieuwe kolonie in Castro (2)”

Een nieuwe kolonie in Castro (1)

Pater Cornélio Strooband MSC

Toen begin 1953 op de Fazenda Ribeirão de tegenstelling tussen enerzijds de boeren die het nieuwe in het Portugees opgestelde contract hadden ondertekend en de dertig boeren die dat weigerden niet meer overbrugbaar bleek te zijn diende zich een “redder” aan in de persoon van pater Cornélio Strooband MSC. Strooband was sinds eind 1952 werkzaam in Castro en had van de bisschop van Ponta Grossa naar eigen zeggen opdracht gekregen een katholieke kolonie te stichten dat als tegenwicht kon dienen tegenover wat hij noemde de “protestantse invloedssfeer” die het gevolg was van de aanwezigheid van de Nederlandse kolonies Carambeí en Castrolanda. Daartoe had Strooband de boeren op het oog die in Holambra weigerden het nieuwe contract met de coöperatie te tekenen. Dit contract noemde hij “het drama van de getekenden en de ongetekenden.”
Op 20 juni 1953 publiceerde het weekblad De Nieuwe Eeuw een uitvoerige brief van Strooband waarin deze zijn pogingen om deze kleine katholieke kolonie te realiseren. ‘Het pretentieloze, onopgesmukte verslag door een bezorgde jonge priester, boeiend in zijn eenvoudige stijl, herbergt een zee van tragiek en teleurstelling’, aldus het weekblad. Hij schetst hierin de situatie die hij aantrof in Castro, zijn bezoek aan Ribeirão en tenslotte de stichting van de kolonie Santo António in Castro en de tegenwerking die hij daarbij ondervond van de Nederlandse autoriteiten in Rio en Paraná.
Het eerste deel van Stroobands relaas handelt over zijn aankomst in Castro en zijn kennismaking met de nabijgelegen protestantse kolonies Carambeí en Castrolanda. more “Een nieuwe kolonie in Castro (1)”

De “disneyficatie” van Holambra

João Luiz van Ham Mello heeft in 2015 in het kader van zijn opleiding Toerisme aan de Federale Universiteit van Minas Gerais onderzoek gedaan naar de gevolgen van het stedebouwkundig beleid gericht op de toeristificatie van het stadsgezicht van Holambra. Hij concludeert onder andere dat gebouwen en plaatsen in Holambra die herinneren aan het ontstaan van de kolonie en dus cultuur-historische erfenis niet worden onderhouden. Daarentegen worden wel nieuwe gebouwen gerealiseerd die een geïdealiseerd en geconstrueerd Hollands straatbeeld met gevels te zien geven, gericht op toerisme en op het aantrekkelijk maken van Holambra voor nieuwe bewoners.

Holambra heeft zich ontwikkeld tot een zelfstandige gemeente, en is inmiddels hoog gewaardeerd als het gaat om leefbaarheid en economische voorspoed. Maar het verleden moet niet worden vergeten. Het beschikbaar maken van digitaal erfgoed over Holambra, zoals het Tulipana project tot nu toe heeft gedaan, draagt een klein steentje bij aan het instandhouden van de herinnerinig aan het verleden en het bewustzijn over de werkelijke inspanningen die decennialang destijds geleverd zijn om Holambra succesvol te ontwikkelen. Hopelijk kan digitalisering en het vergroten van de toegankelijkheid van het archief en de collecties van de kolonie ertoe bijdragen dat ook de bouwhistorie opnieuw de aandacht en waardering krijgt die het verdient.

Lees hier een Nederlandse samenvatting van het afstudeeronderzoek: JoaoVanHam2015.pdf

Twee Nederlandse nederzettingen in Brazilië

Ribeirão begon waar Carambei na veertig jaar eindigde!

Emigrantenwoning in Ribeirão

In het najaar van 1952 verbleef de Utrechtse sociologiestudente M. Muntz in Brazilië voor het doen van onderzoek voor haar afstudeerscriptie. Zij bezocht Carambeí en Holambra en deed daarvan uitvoerig verslag in de Nieuwe Rotterdamsche Courant. Een half jaar later deed zij dit op 21 maart 1953 nog eens dunnetjes over in De Nieuwe Eeuw. In haar uitvoerige artikel zette zij de opgedane ervaringen van Carambeí op een rij vergeleek die met de beginnersfouten van Holambra. Muntz, die sterk onder invloed stond van de oppositiegroep die in 1953 Holambra verliet, spaarde de nieuwe leiding van de kolonie niet. more “Twee Nederlandse nederzettingen in Brazilië”

Tradução Português do livro “Holambra”

Aeroporto de Schiphol, quarta-feira, 13 de fevereiro de 1988. Depois de mais de meio ano de preparação, eu estava prestes a embarcar na primeira grande viagem de avião da minha vida. Já estava acostumado a viajar, mas, ao chegar no aeroporto naquela fatídica quarta-feira, algo muito diferente me esperava. O voo me levaria para o Brasil, onde eu ficaria por ano. Como historiador interessado na emigração holandesa, estava prestes a tornar-me eu mesmo um emigrante. A preparação tinha o caráter de uma emigração. Minha ida ao Brasil foi preparada pelas antigas organizações de emigração holandesas. Isso significava, entre outras coisas, que precisei pedir um visto temporário de emigração, fazer um exame médico e assinar um contrato de trabalho.

coverholambraportuguessm
Baixe a edição Português do livro de Mari Smits sobre a história de Holambra

Depois de um voo com escala em Marrocos, cheguei na sexta-feira 15 de abril, de manhã cedo, no novo aeroporto de Guarulhos, perto de São Paulo. Após recolher minha bagagem, fui à procura de alguém que me levaria para Holambra. Não foi difícil identificar Henk Klein Gunnewiek entre as pessoas que estavam aguardando. Eu o reconheci da sua publicação mimeografada intitulada “Memórias de um emigrante”. Henk guiou-me através de São Paulo e Campinas até o meu destino final: Holambra. Embora o centro desta vila de emigrantes ainda não tivesse sido enfeitado com vários elementos do estilo holandês, o vilarejo respirava claramente um ambiente holandês. Durante o ano em que vivi entre os emigrantes holandeses – ou melhor, imigrantes – acabei perguntando-me várias vezes se um novo futuro no Brasil seria algo interessante para mim. A resposta foi não; eu não me via como um imigrante e, portanto, preferi construir o meu futuro na Holanda. Apesar de viver um ano no meio de emigrantes, acabei sendo apenas um transeunte. more “Tradução Português do livro “Holambra””