Christelijk en moreel verantwoord? (1)

Het Venrayse weekblad Peel en Maas publiceerde op 28 november 1953 een uitvoerig relaas (op deze site gepubliceerd onder de titel “Men kan gaan als men wil“) van vier oud-dorpsgenoten betreffende de emigratie naar Brazilië en de toestand op de Fazenda Ribeirão. Dit stuk was een reactie op eerdere bijdragen, waarin om opheldering gevraagd werd en betere voorlichting over emigratie naar Brazilië. Het relaas leidde op zijn beurt weer tot een reactie van twee andere emigranten, Jan Nabuurs en Wim Jeuken, die in het onderstaande stuk, dat hier in twee delen wordt gepubliceerd, het een en ander willen rechtzetten. Met deze bijdrage beëindigde Peel en Maas het dispuut, dat volgens het blad “niet had behoeven te ontstaan, indien voorlichting en toelichting in het verleden beter was geweest.” Het woord is aan Nabuurs en Jeuken. more “Christelijk en moreel verantwoord? (1)”

Nogmaals Brazilië!

Het land der toekomst.

Gerard Duijsens

Naar aanleiding van de ingezonden brief van vier Venrayse emigranten in het lokale weekblad Peel en Maas zag de vertegenwoordiger van Holambra in Nederland, Gerard Duijsens zich genoodzaakt een kort weerwoord te schrijven.

Naar aanleiding van een in dit blad van 28 november j.l. verschenen artikel over de Fazenda Ribeirão en haar bewoners, zou men ter weerlegging van het daarin besprokene, een heel boek kunnen schrijven. En dan nog zou men wellicht niet alles naar ieders zin hebben verteld.

Maar wij zullen dit niet doen en ook niet ingaan op de grote onjuistheden, die hierin bewaard worden, om maar zacht uit te drukken, op welke manier men hierin mensen bejegent, die zich volkomen inzetten voor de toekomst van onze emigranten en hun kinderen. more “Nogmaals Brazilië!”

“Men kan gaan als men wil…”

Naar aanleiding van het artikel in het weekblad Peel en Maas, dat behoorlijke voorlichting over de Fazenda Ribeirão wel was te krijgen, klommen enkele Venrayse emigranten, die inmiddels de Fazenda hadden verlaten in de pen om hun visie op het gebeuren op te tekenen. In het artikel, dat op 28 november 1953 in het weekblad verscheen, gingen zij ook uitvoerig in op de vestiging van voormalige Holambra-emigranten in Não Me Toque in de zuidelijke deelstaat Rio Grande do Sul.

Het vertrek van Leo Philipsen naar Brazilië

more ““Men kan gaan als men wil…””

Behoorlijke voorlichting is wel te verkrijgen!

Naar aanleiding van het optreden van Pater Cornelio Strooband in het Limburgse Leunen ging het lokale weekblad Peel en Maas op onderzoek uit om na te gaan of er over Holambra wel behoorlijke voorlichting beschikbaar was. De krant sprak met de vertegenwoordiger van Holambra in Nederland, Gerard Duijsens en concludeerde dat die wel beschikbaar was. Hier volgt de zoektocht Peel en Maas naar behoorlijke voorlichting. more “Behoorlijke voorlichting is wel te verkrijgen!”

Wie was wie in Holambra?

Wim Welle in 1948

Wie op zoek is naar oude foto’s uit de beginjaren van Holambra kan natuurlijk het beste het lokale museum bezoeken. Op initiatief van pionier Wim Welle (1915-2004) werd in 1988 begonnen met het bijeenbrengen van fotocollecties uit de beginjaren van dit bijzondere stukje Nederland in Brazilië. Als je door Nederlandse tijdschriften uit deze jaren bladert, dan kom je vaak zijn foto’s tegen. Zijn eigen fotocollectie was het begin van de collecties van het museum. Met behulp van Tulipana wordt deze collectie gedigitaliseerd en stap voor stap online gepubliceerd.

more “Wie was wie in Holambra?”

De (r)emigratie van de familie Niens

In 1958 emigreerde de familie Niens uit Dalfsen, bestaande uit vader van 47 jaar, moeder van 44 jaar en 5 jongens en 6 meisjes in de leeftijd van 3 t/m 19 jaar naar Holambra. Zeven jaar later keerde het gezin terug naar Nederland. Gerard Niens schreef het onderstaande verhaal over hun verblijf in Brazilië. Het verhaal verscheen eerder in het tijdschrift van de Historische Kring Dalfsen, Rondom Dalfsen, nr. 56.

Familie G.J. Niens in 1958

more “De (r)emigratie van de familie Niens”

Emigranten zoeken de waarheid

Het artikel in De Nieuwe Eeuw van pater Cornelio Strooband over het drama van de getekenden en ongetekenden en zijn problemen bij de vestiging van een nieuwe kolonie in Paraná wekte opnieuw beroering in katholieke streken in Nederland. In juni 1953 kwam Strooband naar Nederland om nieuwe emigranten te werven voor zijn kolonie. De lokale pers hoopte dat hij toelichting zou geven op zijn onthutsende verhaal over de Fazenda Ribeirão. Strooband wilde hier niet op ingaan. Ook het Venrayse weekblad Peel en Maas, dat een voordracht van hem bijwoonde, werd teleurgesteld.

more “Emigranten zoeken de waarheid”

Een nieuwe kolonie in Castro (3)

De vestiging op de Fazenda Bela Vista

Na zijn bezoek aan de Fazenda Ribeirão besloten twee emigranten die geweigerd hadden het nieuwe contract met de coöperatie te tekenen met pater Strooband mee te gaan naar Castro. Dit waren Jos Sleutjes en Jan Lamers. Zij kochten direct een stuk grond op de aan Castrolanda grenzende Fazenda Bela Vista. Negen andere boeren volgden hun voorbeeld, waarna op 26 april 1953 de eerste familie arriveerde in de nieuwe kolonie.
Niet iedereen was enthousiast over deze voortvarendheid van Strooband. Met name de Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging in Rio de Janeiro en bij de Nederlandse consul in Paraná, dominee William Muller werkten tegen. In het derde en laatste deel van zijn uitvoerige brief aan het weekblad De Nieuwe Eeuw doet Strooband hiervan uitvoerig verslag.
more “Een nieuwe kolonie in Castro (3)”

Een nieuwe kolonie in Castro (2)

Het drama van de getekenen en ongetekenden op Ribeirão

In het eerste deel van zijn brief deed pater Cornélio Strooband verslag van zijn aankomst in Castro en de aanwezigheid van twee Nederlandse protestantse kolonies in de nabijheid. Een goed land voor Hollandse emigranten was zijn conclusie, maar waarom niet voor katholieken? Strooband ging hierover praten in Rio de Janeiro en kreeg daar de suggestie om eens poolshoogte te gaan nemen in Ribeirão en verslag te doen van het conflict dat zich daar afspeelde tussen de boeren die het nieuwe contract met de coöperatie hadden getekend en zij die dat bleven weigeren.
more “Een nieuwe kolonie in Castro (2)”

Een nieuwe kolonie in Castro (1)

Pater Cornélio Strooband MSC

Toen begin 1953 op de Fazenda Ribeirão de tegenstelling tussen enerzijds de boeren die het nieuwe in het Portugees opgestelde contract hadden ondertekend en de dertig boeren die dat weigerden niet meer overbrugbaar bleek te zijn diende zich een “redder” aan in de persoon van pater Cornélio Strooband MSC. Strooband was sinds eind 1952 werkzaam in Castro en had van de bisschop van Ponta Grossa naar eigen zeggen opdracht gekregen een katholieke kolonie te stichten dat als tegenwicht kon dienen tegenover wat hij noemde de “protestantse invloedssfeer” die het gevolg was van de aanwezigheid van de Nederlandse kolonies Carambeí en Castrolanda. Daartoe had Strooband de boeren op het oog die in Holambra weigerden het nieuwe contract met de coöperatie te tekenen. Dit contract noemde hij “het drama van de getekenden en de ongetekenden.”
Op 20 juni 1953 publiceerde het weekblad De Nieuwe Eeuw een uitvoerige brief van Strooband waarin deze zijn pogingen om deze kleine katholieke kolonie te realiseren. ‘Het pretentieloze, onopgesmukte verslag door een bezorgde jonge priester, boeiend in zijn eenvoudige stijl, herbergt een zee van tragiek en teleurstelling’, aldus het weekblad. Hij schetst hierin de situatie die hij aantrof in Castro, zijn bezoek aan Ribeirão en tenslotte de stichting van de kolonie Santo António in Castro en de tegenwerking die hij daarbij ondervond van de Nederlandse autoriteiten in Rio en Paraná.
Het eerste deel van Stroobands relaas handelt over zijn aankomst in Castro en zijn kennismaking met de nabijgelegen protestantse kolonies Carambeí en Castrolanda. more “Een nieuwe kolonie in Castro (1)”