Compleet dorp in aanbouw

Onder de titel “Nederlandse boeren bouwen huis en hofstede in Brazilië” publiceerde De Volkskrant op 4 augustus 1949 een artikel over de opbouw van de Nederlandse gemeenschap op de Fazenda Ribeirão, nu beter bekend onder de naam Holambra. Aanleiding is het bezoek van de Nederlandse vertegenwoordiger van Holambra, Gerard Duijsens, aan Brazilië. De sfeer is nog zeer optimistisch, maar legt ook de zwakte van het project bloot: de opbouw van de kolonie werd voor een groot deel gefinancierd uit de financiële inbreng van de emigranten. Ook laat het zien dat Holambra voor de Brazilianen een voorbeeldfunctie vervulde. Dit is ondanks de crisis die een jaar later begon niet veranderd.


DEN HAAG, 2 Aug. Emigreren… De Nederlandse boer, gehecht aan huis en hof, doet het niet graag, maar hij moet wel. Sinds de oorlog zijn duizenden uitgezwermd, naar Frankrijk, Canada en naar de “Fazenda Ribeirao”, de Nederlandse kolonie bij het stadje Mogi Mirim in Brazilië. Onder deskundige leiding van ir. Jan Geert Heijmeijer uit Wassenaar, directeur en leider van de “Cooperativa Holambra” (Holland-Amerika-Brazilië), werken op een bedrijf van 5000 hectaren de eerste 300 Nederlandse pioniers. Behalve de cultuur-technische, bouwkundige en organisatorische werkzaamheden in deze kolonie, die in 1950 uitgegroeid zal zijn tot een dorp van 1200 mensen, rust op hem de taak, deze gemeenschap te leiden. Zijn rechterhand in Nederland is de heer G. Duysens uit Roermond, directeur van de Stichting “Holambra”, gevestigd in Den Haag, die een dezer dagen voor enige weken naar Brazilië vertrokken is.

Fazendahuis in Ribeirão

De “Cooperativa Holambra” in Brazilië is gebaseerd op de Braziliaanse wetten en heeft als rechtspersoon crediet van de Braziliaanse regering gekregen. Het initiatief voor de voorbereidende werkzaamheden – financiële steun en het beschikbaar stellen van deskundige technici ‑ dankt men aan de Katholieke Nederlandse Boeren- en Tuindersbond. Het kapitaal, bijeengebracht door de emigranten, levert in Nederland de fondsen op voor de betaling van de overtocht en de aankoop van landbouwmachines, veestapel, materiaal, vrachten en goederen, waarvan de Nederlandse regering uitvoer heeft toegestaan. Deze emigratie werkt niet met staatssubsidies en wordt enkel gefinancierd door eigen gelden van de emigranten. De uitzending van emigranten wordt echter een paar maanden onderbroken, omdat de woningen nog niet klaar zijn voor de 300 mensen, die dit jaar zuilen vertrekken.

Schuren voor de oogst
Allereerst moeten schuren worden gebouwd om de oogst van 130 hectaren maïs, 80 hectaren tarwe, 40 hectaren aardappelen, haver en aardnootjes te bergen. Dan komen de loodsen aan de beurt. In de reusachtige eigen bossen kappen timmerlieden hout, metselaars bakken zelf de stenen, cement moet worden aangevoerd, evenals spijkers, dakbedekking, lichtleidingen, schroeven, vensterglas, deursloten, schakelaars, douches enzovoorts.

Het Fazendahuis en de kapel, waarvoor pastoor Buys uit Wassenaar zijn kerkklok gaf aan zijn oud-parochiaan, ir. Heijmeijer, zullen de kern worden van het dorp. Een school voor lager onderwijs is geopend door de zusters uit Laag-Keppel en een school voor middelbaar onderwijs is in voorbereiding. Pater dr. Sijen uit Weert (L.) is de geestelijke leider van de kolonie. De nederzetting krijgt een eigen Nederlandse dokter en een Nederlandse veearts; men wil een zuivelschool oprichten en een koelhuis bouwen. Zodra de boerderijen klaar zijn, zullen weer emigranten oversteken. Hun hele hebben en houden gaat mee aan boord, behalve tafels, stoelen, kasten en bedden, die zelf op de Fazenda gemaakt worden. De grote toeloop van emigranten maakt een strenge selectie noodzakelijk. Soberheid, moed, wilskracht, gemeenschapszin, werkkracht, ook kennis en een prima gezondheid moet de emigrant op de eerste plaats meebrengen, wil hij in Brazilië slagen.

Dag en nacht achter ploeg
Meer dan eens stonden bezoekers, onder wie vertegenwoordigers der Braziliaanse regering, versteld van de in acht maanden bereikte resultaten. De Brazilianen zelf vinden het bewonderenswaardig, dat de Nederlandse boeren niet alleen van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat werken, maar ook nog ’s nachts de tractoren over de heuvels laten daveren. Ook aan de bouw van schuren, loodsen en werkplaatsen wordt in de nacht doorgewerkt. Het gevolg van dit harde werken is dan ook ‑ om een voorbeeld te noemen ‑ dat in de Braziliaanse kranten de stand van de tarwe op de “Fazenda Ribeirao” van de hele staat San Paulo het hoogst gekwalificeerd is. Maar hier zit dan ook het vakmanschap van de Nederlandse boer en tuinder achter.

Welke producten op de Braziliaanse markt goede handelswaar zullen zijn, moet nog worden uitgekiend. Boter, kaas, eieren, melk, bloemen en groenten maken een goede kans. Bovendien wil men deze Fazenda als model-exploitatie inrichten. Hoe hoog het grootse emigratieplan van de Nederlanders gewaardeerd wordt ‑ Ir. Heijmeijer heeft reeds aanbiedingen voor duizenden hectaren bouwgrond gekregen ‑ blijkt wel uit een officiële mededeling, hier te lande aan de heer Duysens gedaan: Stuur geen honderd en geen duizend, geen tien- en geen honderdduizend Nederlanders naar Brazilië; van dit soort emigranten wil Brazilië met vreugde twee millioen gezinnen opnemen.


Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *