Brazilië vraagt arbeidskrachten

Op zaterdag 10 december 1938 hield de Kring Limburg van de R.K. Staatspartij in Roermond een vergadering met als thema ‘Werkloosheid en emigratie’. Sprekers waren de Limburgse rijkslandbouwconsulent Jules Dewez en pater Charles Donker CssR. Terwijl Dewez bestrijding van de werkloosheid centraal stelde, ging Donker, die van 1924 tot 1935 in Brazilië had gewerkt als missionaris, vooral in op de geschiktheid van dit land als vestigingsplaats voor Nederlandse boeren: ‘Voor ons is het dan ook de vraag niet meer is Brazilië geschikt voor emigratie van Hollandse boeren wat klimaat en grond betreft. Daarvoor staat borg de meer dan 4 millioen emigranten, die de laatste 50 jaren uit alle landen van Europa, niet het minst uit Duitschland, Oostenryk en Zwitserland naar Brazilië overstaken. Hoe ze zich ‘maakten’ daarvoor getuigen de bloeiende steden vooral in de meer Zuidelyke staten Rio Grande do Sul, Santa Catharina, Sao Paulo…’

De import waar Brazilië het meest behoefte aan had waren arbeidskrachten. Al het overige was aanwezig. ‘Alleen de handen ontbreken om de vruchtbaarheid van bodem en klimaat in wasdom en vruchten om te zetten. Handen ontbreken om de mineralen van allerlei soort uit de grond te wroeten en in fabrieken tot bruikbaar materiaal om te zetten. Wat echter boven alles gevraagd wordt: boerenbevolking. Met name São Paulo kan jaarlijks 300.000 immigranten gebruiken. Het klinkt bijna ongelooflijk.’ Hollandse boeren zouden daarom ‘uiterst welkom zijn’. Donker: ‘Uitgerust met theoretische en praktische kennis, van landbouw en veeteelt, kweekers van het rasvee, taai in het ontwoekeren van grond aan de zee, de eeuwige vijand, arbeidzaam, proper en vooral wars van ideologieën, dat zijn zoo onder andere de epiteta, welke de Braziliaan op de Hollander toepast. Geen wonder dat de Braziliaansche regeering, die haar land gaarne zo spoedig mogelijk degelijk geëxploiteerd wil hebben, niets liever zou zien dan de spoedige overkomst van een groot aantal Nederlandsche boerenfamilies.’

De partijvergadering werd afgesloten met een motie waarin de katholieke Tweede Kamerfractie werd verzocht er bij de regering op aan te dringen op korte termijn de mogelijkheid te scheppen voor een geordende emigratie en ruime kolonisatie naar de zogenaamde ABC-landen [Argentinië, Brazilië en Chili] van Zuid-Amerika. Donker sloot zijn betoog als volgt af: ‘Geachte vergadering. God heeft de kathedraal dezer wereld ontworpen en gebouwd voor alle menschen. Er zijn nog pracht van plaatsen steeds onbezet. Midden onder de heerlijk blauwe koepel van de Zuid-Amerikaansche hemel, waar het getemperde warmte van zijn lieve zon kleurrijk valt door de verbluffende rijkdom der natuur. Voor alle menschen, zijn kinderen; een kind heeft het recht binnen te komen en een plaats te bezetten. Waarom staan zij, die binnen zijn, zich te verdringen bij de ingang en beletten de duizenden, die buiten zijn, om binnen te komen? Laten we de rijen openen en doorgang verleenen aan hen, die er om smeeken, opdat ze een plaats innemen vooraan onder de blauwe koepel v.h. rijken land, waar ze schouwen midden in het gouden hart van Gods Goedheid.’

Bronnen:
– Inleiding ter gelegenheid van de Kringvergadering Kring Limburg der RKSP, 10 december 1938, KDC, Losse archivalia (LARC), inv.no. 7198.
Nieuwe Venloosche Courant, 12 december 1938.


Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *