Wij zochten land in Brazilië (II)

Naast artikelen in het bondsblad ‘Boer en Tuinder’ deelde Geert Heymeijer de indrukken opgedaan tijdens zijn eerste reis naar Brazilië ook in een radiopraatje (causerie) die hij kort na zijn terugkeer verzorgde voor de KRO-radio. In het eerste deel van dit praatje typeert hij het onmetelijk grote land dat hij had bezocht en eindigde hij met het draaien de carnavalshit van Silvo Caldas.

Bijna vier maanden luisteraars, zijn wij met zijn drieën op reis geweest in Brazilië, op zoek naar boerenland. Dat is een heele tijd en toch hebben wij nog maar betrekkelijk weinig van dat land kunnen zien, want het is een verschrikkelijk groot land, dat Brazilië. 280 Maal zoo groot als Nederland en daar wonen maar 5 maal zooveel menschen als hier. Daar moet dus wel de ruimte zijn en die is daar inderdaad; zelfs in vergelijking met de z.g. dichtbevolkte streken wonen er in Nederland gemiddeld 10 maal zooveel menschen op dezelfde oppervlakte als in Brazilië. Ruimte is er dus en zon en warmte eveneens! Ja het kan er ook wel eens erg warm worden en drukkend hier en daar, maar in de bergen op 600 meters hoogte is het best om uit te houden en al kan de zon overdag flink steken, tegen den avond koelt het af en heeft men het heerlijkste weer, dat men zich denken kan. En dan daarbij niet van die vreselijke hinderlijke muggen, die bij ons steeds de zeldzame mooie zomeravonden zoo kunnen bederven.

Brazilië is een land van ruimte, zon en warmte, van prachtig blauwe luchten en schoone, zeer schoone landschappen. Daar groeien de koffie en de katoen, de voornaamste producten van den landbouw, daar groeit rijst, suikerriet en mais, daar plukt men de bananen in de tuinen of langs den weg, daar zijn de sinaasappelen, grapefruit, en andere vruchten in groote verscheidenheid en vele soorten. Daar zijn landbouwbedrijven van 1000 en 10.000 hectaren en meer, waar groote kudden vee gehouden worden.

Wij hebben daar gereisd veel en lang op allerlei manieren: met eigen vliegtuigen – de meest comfortabele en snelle wijze om groote afstanden te overbruggen ‑ , met de trein, zelfs eenmaal met de exprestrein, bestaande uit een locomotief, een salonrijtuig en een slaapwagen, ons welwillend ter beschikking gesteld door een der vele spoorwegmaatschappijen, die daar zijn, met sportvliegtuigjes, met auto’s van de Regeering en ook met autobussen, vrachtauto’s, lorrie’s met een span muilezels ervoor, motor- en roeibooten en te paard; dus nogal variatie. Het paard, luisteraars, vervult in Brazilië op het platteland dezelfde functie als de fiets in ons eigen land. De fiets is daar nl. onbruikbaar vanwege het sterke heuvelland en de – vooral in de natte periode – slechte wegen, terwijl de kleine paardjes, die men daar heeft, op ongelooflijke wijze smalle steile bergweggetjes kunnen beklimmen, door modderpoelen en beekjes waden en je overal brengen, waar je met geen ander vervoermiddel of te voet ooit zou kunnen komen.

Wij waren ook in de steden; daar zijn enkele zeer groote steden als Rio de Janeiro en São Paulo, ieder met meer dan 2 millioen inwoners, een gering aantal kleinere steden met enkele honderdduizenden inwoners en verder een groot aantal kleine plaatsen en ontelbare gehuchten en nederzettingen. Die groote steden zijn lang niet mis! Integendeel! Rio de Janeiro wordt de mooiste stad van de geheele wereld genoemd en ik wil het graat geloven, zoo fraai is deze stad gebouwd aan een schitterende baai, omzoomd door uit zee opduikende bergen.

São Paulo is een moderne stad met groote wolkenkrabbers, druk verkeer en gezellige en zeer fraaie winkels, waar een overvloed van alle mogelijke artikelen in groote keuzen den Nederlander, die niets gewend is op dat gebied, doet watertanden. Helaas is alles verschrikkelijk duur, duurder dan in Noord-Amerika, waar ook alles in overvloed te krijgen is en naar wij vernemen tegen geleidelijk dalende prijzen. De hooge prijzen, luisteraars, zijn naar mijn meening het gevolg eenerzijds van een teveel aan geld – de koffieprijzen zijn thans bijna het tienvoudige van 1939 en de katoenprijzen zijn ongeveer 6 maal zoo hoog als toen ‑, anderzijds van de betrekkelijke schaarste, die er is.

Brazilië heeft groote tegoeden in het buitenland in het bijzonder in Engeland en Amerika. Maar Engeland levert thans zeer weinig en Amerika ook mondjesmaat, omdat dit land vrijwel de heele wereld moet bedienen. En zoo komt het, dat ondanks de groote geldvoorraad en het ruime deviezenbezit, de import nog betrekkelijk beperkt is en de prijzen van de ingevoerde artikelen zeer hoog zijn. Zoo kosten de Nederlandsche aardappelen, die een zeer goeden naam hebben, in de winkels te Rio ƒ 0,70 per k.g. en wij zagen daar Nederlandsche kaas geprijsd voor ƒ 6,- per k.g. De melk kost er 40 tot 80 ct. per liter en het brood ƒ 1,40 per k.g. Zoo komt het ook, dat degene, die een automobiel wil koopen, in Brazilië dezelfde hooge prijs betaalt als hier op de zwarte markt gevraagd wordt. In de kleine plaatsen zijn de prijzen veel en veel lager, tenminste van de meeste levensmiddelen; fabrieksgoederen en importartikelen – voorzoover die al te krijgen zijn – zijn daar even duur als in de groote steden. Wij zijn uiteraard in vele kleine plaatsen geweest; daar leeft men uiteraard tamelijk geïsoleerd, omdat zij zoo van elkander gelegen zijn en het verkeer zeer primitief is.

Wij hebben enkele aardige kleine stadjes bezichtigd en merkwaardig is, dat die alle op elkaar gelijken. Overal valt op het groote aantal textielwinkeltjes, waar een groote vooraad en groote keuze aan stoffen en lapjes te koop is. En verder bezit iedere plaats een meestal langwerpig plein, waar aan het eind de kerk staat in Portugeesche barokstijl en waar, alnaargelang de welvarendheid van de plaat ‑- meer of minder rijke bloemperken het geheel een fleurigen indruk geven.

Wij hebben ons vaak vergenoegd op zaterdag- en zondagavond, als daar de rijpere jeugd paradeerde op het trottoir rond de groene gazons, soms in een zee van licht – de stroom is goedkoop in Brazilië! De meisjes  wandelen drie aan drie in de eene richting en de tegenstroom wordt gevormd door de jonge mannen. En het duurt zoo de heele avond tot een uur of half tien, terwijl een of andere welwillende caféhouder een groote luidspreker heeft opgesteld, die zonder oponthoud en met oorverdoovend lawaai de samba’s en andere dansmuziek over het plein uitschalt. Die muziek is heel typisch en om U daar een idee van te geven laat ik even een plaatje draaien van ‘Anda Luzia’ die door een cavalier wordt genoodigd carnaval te vieren, een lied dat gedurende de carnavalsdagen in Rio tot dol wordens toe in café’s en op straat en in de trams wordt afgedreind. Hier komt het …


Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *