Reisindrukken van een oud-planter (6)

In het vierde deel van zijn reisindrukken, verschenen in De Bergcultures van 2 april 1938, gaat Roeland Vermeulen in op de ontginning van de gronden op de hoogvlakte van Paraná. Zijn advies is duidelijk. Wie zich in Brazilië wil vestigen, kan dat het beste doen op deze wijdse hoogvlakte. Hij eindigt met een korte beschrijving van de feestelijkheden naar aanleiding van de geboorte van prinses Beatrix.

Na het verschijnen mijner eerste reisindrukken in De Bergcultures, no. 52 dd. 25 December 1937 bereikten mij verschillende brieven van oud-collega’s en nog in functie zijnde planters, zoowel uit Holland uit Indië, om nadere inlichtingen. Waar me dus dat het contact gevonden is en mijn brieven de noodige belangstelling ondervinden, moedigt dit aan om nogmaals het een en ander van hier te vertellen. Intusschen neem ik aan, dat mijn vorige brieven No. 2 en 3 reeds vele gegevens bevatten, welke verschillenden Uwer gevraagd werden. Het is voor mij niet doenlijk, elken brief persoonlijk te beantwoorden, doch zal ik in briefvorm in De Bergcultures zooveel mogelijk alle vragen beantwoorden, zoodat ieder voor zich daaruit het voor hem gewenschte kan lezen.

M’n werk neemt veel tijd in beslag, daar de ontginningswerkzaamheden van het “kamp”, benevens de bouw van ons huis, benevens stallen en knechtenwoning, veel van ons vergen. Alles schiet echter langzaam maar zeker op en men krijgt een duidelijk beeld van hetgeen het worden moet. We snakken naar het moment, dat we onze “eigen” woning kunnen betrekken, doch ’t zal wel Juli worden, alvorens het zoover is. Werkkrachten zijn hier op het land nu eenmaal schaars en “paciencia” (geduld) is een woord, waaraan men hier dagelijks herinnerd wordt. Teneinde U een duidelijk beeld te geven van ons verblijf hier, stel ik me voor t.z.t. bij één mijner volgende brieven eenige photo’s bij te voegen, welke U in staat zullen stellen meer met ons mee te leven.

Ik maakte als lid van een commissie tot voorbereiding van het bouwen eener nieuwe zuivelfabriek in januari een oriëntatiereis door Santa Catherina. Deze reis was voor mij buitengewoon interessant, omdat ik profiteerde van het gezelschap van den leider dezer kolonie, den heer Jac. Voorsluys, die een ervaren vakkundige is op het gebied van kaas- en boterfabricatie. Het ligt niet in mijne bedoeling te vervelen met uitvoerige beschouwingen over kaasfabrieken en wat daarmee in direct verband staat, het zij voldoende U mee te deelen, dat wij op onzen schitterenden tocht 8 grootere en kleinere zuivelfabrieken bezochten, welke alle volgens Gouvernementsvoorschriften en op zeer moderne wijze zijn ingericht. Bedrijven, waar tot 30.000 liters melk per dag verwerkt kunnen worden, kunnen volgens den heer Voorsluys zeker den toets van vergelijking met de groote bedrijven in Holland doorstaan. Het doel, waarvoor we deze reis maakten, werd volkomen bereikt.

Voor U lijkt het me echter meer interessant het een en ander te vertellen van het klimaat, den bodem en het land zelve. Alvorens hieraan te beginnen zal ik eerst het een en ander van hier behandelen, waarmee dan tevens diverse door U gestelde vragen beantwoord zullen zijn. Om een eigen stuk grond te verwerven, staan hier twee wegen open en wel de aankoop van een reeds ontgonnen stuk land met alle zich daarop bevindende gebouwen, o.a. woonhuis, schuur, stallen; landbouwmaterialen en dikwijls ook paarden, koeien, pluimvee enz., of de aankoop van een zich nog in meer of min maagdelijken, ongecultiveerden staat bevindend landcomplex. Wat het beste is, hangt geheel af van persoonlijke inzichten, maar ook van beschikbare geldmiddelen. Gemakkelijker is vanzelfsprekend het reeds bestaande voort te zetten, want het vordert veel inspanning en energie tegeiijk met de voorbereidende ontginningswerkzaamheden, d.w.z. met het bouwklaar maken van den bodem, tevens allerlei “bouwerij” te moeten entameeren. Mij persoonlijk trekt het aan, ook uit sportiviteitsoogpunt, alles van·den aanvang af zelf op te bouwen en te doorleven, al ben ik er me ten volle van bewust, dat mijn moeite en arbeid zeker ook teleurstellingen met zich zullen brengen. Wat den koopprijs van zoo’n bestaande bezitting betreft, deze hangt in hoofdzaak af van den ouderdom van het bedrijf en van de vorderingen, welke cultuur-technisch reeds bereikt zijn op het oogenblik van verkoop. Men bood hier. o.a. te koop aan een aardige boerderij met ca. 80 ha kampland, waarvan ca. 15 à 20 ha reeds bewerkt akkerland en kunstweiden, met boomgaard en gebouwen, zonder levende have, voor 40 contos de reis (thans ± f 4000.-). Het woonhuis is echter niet veel waard en zou alleen als knechtenwoning kunnen dienen. Veel billijker is natuurlijk land, dat zich nog in zijn oertoestand bevindt en nog niet in cultuur is gebracht (oerbosch en kampland). Teneinde niet in herhalingen te vervallen, verwijs ik naar hetgeen ik o.a. over de grondprijzen e.d. vermeld heb in mijne vorige brieven.

Ik adviseer iedereen, die naar Brazilië zou willen komen, zich “hier” op deze ruime, mooie en wijde hoogvlakte van Paraná te vestigen. Al is de kwaliteit van boschgrond aanmerkelijk beter dan van het “kamp”, de klimaatsomstandigheden en het arbeidsprobleem spelen een dermate groote rol, dat de aankoop van “ploegbaar terrein” zeker is aan te bevelen. Hier·wordt veel reclame gemaakt voor het koloniseeren op boschgrond en inderdaad is er veel meer boschgrond dan·ploeggrond te koop. De ontginning der oerbosschen kan m.i., het best aan de hier geborenen overgelaten worden. Ploegbare kampgrond stijgt met toepassing van behoorlijke stalbemesting en kunstmest snel in waarde en werkt zichzelf spoedig omhoog, daar op deze mooie hoogte van ± 1050 meters, met een gemiddelde temperatuur van 16°C een jaarlijkschen regenval van 12 tot 1500 mm landbouwgewassen kunnen gedijen, terwijl het een ideaal land is voor veeteeltbedrijf. Ernstige candidaten zal ik gaarne individueel duidelijke en uitvoerige adviezen geven en elke gestelde vraag naar beste weten beantwoorden.

Liefhebbers voor Carambehy zullen zich moeten haasten, daar de beschikbare gronden snel verminderen. Zoo kocht o.a. een actief Hoofd-Officier in het Indische Leger reeds nu door bemiddeling van een medebewoner hier (eveneens gepensioneerd Hoofdofficier v.h. Ned.-Ind. Leger) 200 ha kampland voor zij zoons, terwijl de familie eerst in 1941 hier zal arriveeren. Voor meer kapitaalkrachtige gegadigden zijn in de onmiddellijke nabijheid van hier nog mooi gelegen fazenda’s te koop.Wat de mogelijkheden betreft om zich hier blijvend te kunnen vestigen, de wettelijke bepalingen zijn momenteel zeer verward en het is vrij lastig de vestigingspapieren in orde te krijgen. Er zijn echter nieuwe bepalingen in bewerking, welke binnenkort het binnenkomen van vreemdelingen aanmerkelijk zullen vergemakkelijken. De vrees voor het communisme zit er hierbij dehuidige Regeering in en het is te begrijpen, dat de immigratiemaatregelen verscherpt werden. Het verkrijgen der benoodigde papieren voor blijvende vestiging is betrekkelijk gemakkelijk, als men den weg eenmaal weet, doch dit is niet de juiste plaats hierover verder uit te wijden, daar de censuur hier eveneens zeer verscherpt is. Ik stel me echter voor iederen belanghebbende geheel disponibel om hem volkomen in te lichten en gerust te stellen.

Wat betreft het totaal aantal Hollanders in deze contrijen moge dienen, dat op het feest, dat hier te Carambehy gevierd werd ter eere van de heuglijke gebeurtenis in onze Prinselijke Familie [gedoeld wordt op de geboorte van prinses Beatrix op 31 januari 1938] zeker 200 deelnemers en deelneemsters, groot en klein, aanwezig waren. Dit handjevol vaderlandslievende Hollanders is niet achtergebleven en heeft spontaan aan zijn vreugde uiting gegeven. Het is een schitterend geslaagd feest geworden, dat zeker niet minder zal zijn geweest dan dat van andere feestvierende groepen Nederlanders in alle uithoeken der wereld. De feestrede en het dankgebed van Dominé Muller maakten diepen indruk op ons allen en toen onder het zingen van ons “Wilhelmus” onze Hollandsche driekleur naast de Braziliaansche vlag geheschen werd door den oudsten hier woonachtigen Hollander, den 80-jarigen oud-Officier der Grenadiers en Jagers, den heer Leegstra, werd het de meesten onzer te machtig en beleefden wij een diep ontroerend oogenblik. Wij voelden toen, dat we “Hollanders” zijn en ook zullen blijven.


Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *