Reisindrukken van een oud-planter (8)

In het zesde deel van zijn reisindrukken, verschenen in het Indische weekblad De Bergcultures van 6 augustus 1938, vertelt Roeland Vermeulen over de laatste vorderingen van de bouw en inrichting van zijn nieuwe boerderij en de deelname van Carambeí aan de landbouwtentoonstelling te Ponta Grossa. Ook maakt hij melding van het feit dat de Nederlandse kolonie op 22 mei 1938 door een cycloon werd getroffen. In Curitiba waren die dag 23 slachtoffers te betreuren. In Carambeí bleef het beperkt tot materiële schade, maar het stenen woonhuis van de familie Borger en de bijgebouwen werden totaal verwoest.

Wij zijn weer een maand verder en ik kom volgens belofte wederom het een en ander van hier vertellen. De nachten zijn helder en frisch en de temperatuur schommelt tusschen de 5 en 10° Celsius. Werkelijke vorst hebben we nog niet gehad. Overdag is het stralend weer, met strak blauwen hemel en stijgt de thermometer tot hoogstens 10° C. Het is dan als het mooiste voorjaarsweer in Holland. De mensch gevoelt zich “fit” en gezondheid doorstraalt het lichaam. Er wordt met vreugde en groote animo gewerkt. Ook onze “opzet” groeit met den dag en men ziet alles zienderoogen vooruitgaan. Over een week trekken we naar onze eigen bezitting, d.w.z. we betrekken eerst de nieuw gebouwde knechtenwoning, welke thans geheel gereed is. Het hoofdgebouw nadert zijn voltooiing, doch het afwerken zal nog eenigen tijd in beslag nemen en het zal wel Augustus worden, alvorens we daar onzen intrek zullen kunnen nemen. De stallen zijn eveneens gereed en ons vee heeft een eigen “home” gekregen. Met mijn volgenden reisbrief zal ik eenige photo’s zenden, welke U een beeld zullen geven, hoe we thans hier in Brazilië gehuisvest zijn.

19381101-1
Vader, zoon en dochter Vermeulen in de moestuin

En zoo arbeiden we verder en bouwen op en t.z.t. zullen de diverse photo’·s U een beeld geven van hetgeen in korten tijd uit een met weinig kapitaal ontgonnen kamp in een georganiseerd, gemengd buitenverblijf herschapen werd. Trouw werd ik hierin bijgestaan door mijne vrouw en kinderen. Het was wel een groot waagstuk op onzen leeftijd naar dit vreemde land te trekken en zeker was de moed mijner eega te bewonderen, die mij hierheen met vertrouwen vergezelde. Moeilijkheden waren en zijn er nog steeds te overwinnen, maar wordt men soms al eens door treurige gedachten en herinneringen afgeleid, dan brengt het liefdevolle vrouwenhart ons weer het gareel. We hebben doorgebeten en overwonnen, al zullen zorgen niet uitblijven. Als vreemdeling betraden we dit zonnige, reuzengroote land. We moesten er ons in veel aanpassen en gewoon raken aan vele ongemakken. Doch, waar tijdens den arbeid, gedurende het geheele jaar, bij een wonderblauwen hemel meestal de zon schijnt, sterkt dit den mensch in zijn willen en kunnen. We hebben in den korten tijd van ons verblijf hier deze omgeving reeds lief gekregen en het land leeren waardeeren, dat ons in de gelegenheid stelde ons evenwicht terug te vinden. Toch vertoeven we in gedachten vaak in Indië en we zullen ons mooie Insulinde nooit vergeten en het steeds dankbaar blijven gedenken. Wij zullen het van hier uit misschien beter kunnen waardeeren, dan de meesten Uwer, die daar nog vertoeven, omdat we het kunnen herdenken zonder een zweem van kleinzieligheid.

Wij maakten in de afgeloopen maand de eerste vee- en landbouwtentoonstelling mede, welke door de Regeering in Ponta Grossa gehouden werd. Deze tentoonstelling verdient allen lof en al vielen bij de organisatie ervan nog oneffenheden te constateeren, toch was het succes groot. Wij mogen niet uit het oog verliezen, dat het de eerste maal was, dat een dergelijke tentoonstelling op touw werd gezet. Volgens onze opvattingen haperde het hier en daar, doch de tentoonstellingscommissie heeft bij deze eerste poging veel geleerd en in Februari 1939, wanneer wederom een dergelijke expositie georganiseerd zal worden, zal het succes stellig nog grooter zijn. De inzendingen lieten niets te wenschen over en overtroffen verre onze verwachtingen. Ook de voor de ingezonden dieren beschikbare stallen en gebouwen waren vakkundig en zeer modern uitgevoerd. De koeien- en varkensstallen muntten uit door keurige afwerking en waren volgens Noord-Amerikaansche opvatting tot in de puntjes en volgens de nieuwste eischen gebouwd. De permanente gebouwen waren inderdaad een sieraad voor deze tentoonstelling, terwijl ook ,de tijdelijke gebouwen in elk opzicht aan de gestelde eischen voldeden. Echter was het aantal inzendingen véél te groot voor de beschikbare ruimte en moesten vele mooie koeien en paarden onder den blooten hemel in onvoldoende afgewerkte stallen worden ondergebracht. Hier had de commissie uit onervarendheid beslist gefaald. De inzendingen waren overigens schitterend en wat er aan raspaarden en prima melkvee, rasvarkens, schapen, geiten, pluimvee enz. werd tentoongesteld, was een lust voor de oogen en diverse dieren vertegenwoordigden een kapitaal op zichzelf.

Ook onze kolonie Carambéhy was niet achtergebleven. Wij hadden nl., behalve enkele mooie paarden, een twintigtal Hollandsche melkkoeien naar de tentoonstelling gezonden. Helaas konden onze dieren, wegens te weinig plaatsruimte, geen onderdak in de permanente stallen krijgen en moesten ze onvoldoende verzorgd onder den blooten hemel overnachten. Hierdoor konden de verzorgers ook niet die zorg aan de dieren besteden, welke een tentoonstellingsinzending vereischt en werd daardoor het aanzien der dieren geschaad. Dit was wel heel jammer. We kregen een diploma met eervolle vermelding voor ons vee, doch had het betere stalling en verzorging gehad, dan hadden we zeker een zilveren of gouden medaille veroverd. Doch ook wij hebben bij deze inzending geleerd en zullen voor de volgende tentoonstelling onze voorbereidende maatregelen beter treffen, waardoor het prima Hollandsche melkvee die bekroning zal veroveren, welke het daadwerkelijk verdient. Wij hadden er groot succes met onze inzending zuivelproducten, boter en kaas, en smaakten de voldoening, dat deze inzending een gouden medaille met eerediploma in de wacht sleepte. Dat deze bekroning op deze voor het eerst gehouden tentoonstelling voor onze kolonie van veel waarde is, behoeft geen betoog. Onze marktproducten zullen daardoor nog meer in waarde stijgen en onze omzetkansen zullen zeker grooter worden.

Neerlandia1938-145
Emigranten in klederdracht op de Hollandse dag tijdens de tentoonstelling in Ponta Grossa op 1 juni 1938. Links Muis Vermeulen en naast haar mevrouw Muller. Foto uit Neerlandia, aug. 1938.

Als bijzonderheid kan ik nog vermelden, dat namens den Interventor (Gouverneur) van den staat Parana aan onze tentoonstellingscommissie (waarvan o.g. de Voorzitter was) verzocht werd, of de Hollanders van Carambehy niet een typisch Hollandsch programma ten beste konden geven, ter opluistering van de tentoonstelling. Ons jongens- en meisjes-zangkoor onder leiding van Ds. Muller en zijn echtgenoote, hebben toen een in elk opzicht keurig programma afgewerkt, allen in typisch nationaal Hollandsch boerencostuum met klompen. Zang-, muziek- en dans·nummers wisselden elkaar af en het werd een daverend succes. Een enorm publiek woonde deze uitvoering bij en het geheel werd door de Braziliaansche autoriteiten en het publiek hooglijk geapprecieerd. Tijdens de pauze serveerden enige jonge dames, in nationaal costuum, hompjes kaas aan de autoriteiten en aan het publiek, welke geste ten zeerste werd gewaardeerd. Tijdens de uitvoering namen vele photografen opnamen voor diverse couranten en tijdschriften, terwijl ook een film gemaakt werd voor de bioscoop. Een en ander is wel een bewijs, dat de Hollander hier goed staat aangeschreven, want juist in dezen tijd zijn de maatregelen, welke de Regeering treft ten opzichte der vreemde nationaliteiten, zeer verscherpt. Het was een mooi geslaagd programma en het deed ons Hollandsche hart goed, dat dit succes bereikt werd door onze jeugdige Iandgenooten.

Op 22 Mei werd deze streek geteisterd door een geweldigen cycloon. Het werd ’s avonds tusschen 8 en 9 uur zwart aan den horizon en de bliksem was niet van den hemel. De natuur was . dreigend en stemde mensch en dier angstig. Circa half negen loeide een orkaan en de nieuwsbladen van den volgenden dag berichtten vele ongelukken. Overal waren menschen en dieren gedood en verwoestingen aangericht. Vooral de hoofdstad Curityba werd zwaar geteisterd. Er vielen daar 23 slachtoffers te betreuren. Helaas werd ook onze kolonie niet gespaard en vooral de familie Borger werd zwaar getroffen. Haar massief steenen woonhuis (het mooiste huis der kolonie) alsmede alle stallen en andere gebouwen weiden practisch totaal vernietigd. Het was een ontzettende ruïne, welke zich den volgenden morgen aan ons oog voordeed. Een droevig restje van een prachtbezit, in enkele momenten totaal weggevaagd en verwoest…. Voor den bezitter een geweldige slag, zoowel -financieel als moreel. Het resultaat van drie-jarigen stuggen arbeid, weg, verdwenen in enkele minuten; het is een harde slag. Men pinkt een traan weg, slikt even en…. denkt na…. Ook andere families werden min of meer getroffen en leden materieele schade, doch vergeleken bij het door de familie Borger geleden verlies waren dit slechts kleinigheden. Den volgenden dag was het schitterend weer en was de storm uitgeraasd. Als men dan zijn oog Iaat gaan over die oneindige vlakte, treft de rust en voelt men, dat de natuur bevredigd is na het opeischen harer offers. Het leven gaat weer ongestoord verder, alleen de getroffenen blijven achter met hunne zorgen en vragen ‑ Such is life ‑. Welk een kracht zulk een cycloon kon ontwikkelen, toonde ons o.a. het hier in de buurt gelegen “wolvenbosch”, dat na den orkaan als een afgemaaid bouwland neergeveld lag. Bij zulke natuurrampen gevoelt de mensch zich wel heel klein en nietig!


Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *