Fazenda Ribeirão in moeilijkheden (4)

Toen Geert Heijmeijer in 1950 in Nederland aanklopte voor nieuwe financiële steun en de regering besloot een onderzoekscommissie naar Brazilië  te sturen, verloor hij veel steun van veel mensen die hij tot dan toe tot zijn persoonlijke vrienden rekende. Ook in Brazilië had hij binnen de Nederlandse gemeenschap inmiddels veel krediet verspeeld. Een van de weinigen die hem nog bleef steunen was Roeland Vermeulen, de oud-planter die zich in 1937 vanuit Nederlands-Indië in Carambeí had gevestigd en gold als één van de leiders van deze kolonie. In een brief van 14 oktober 1950 schreef hij over het bezoek dat Van Roggen en Van Waveren twee maanden eerder aan hem hadden gebracht. De kritiek van beide heren deelde hij niet. Hieronder een weergave van deze brief.

Amice,

Roeland Vermeulen te midden van de pioniers van Carambeí

Ik heb je brief van 5 dezer gisteren hier ontvangen en met verontwaardiging nam ik kennis van den inhoud. Ik haast me dan ook onmiddellijk aan je verzoek te voldoen en ik hoop, dat mijn schrijven je nog bijtijds zal bereiken. Tijdens het bezoek van de Commissie Hrn. Van Roggen-Van Waveren in gezelschap der Heeren Schwartzenau en Ds. W.M.V. Muller ten mijne huize werd vanzelf ook over de kolonie Ribeirão gesproken en constateerde ik, dat de Commissieleden en vooral de heer Van Waveren een zeer conservatief “voorlopig” oordeel velden over jullie mooie en grootsche opzet. Ik nam daartegen onmiddellijk stelling en heb ik getracht hen duidelijk te maken, dat naar veler en ook mijne meening in korten tijd met een handjevol Nederlandsche boeren een kranig stuk werk was verzet, dat de bewondering heeft van een ieder, die eenigszins op de hoogte is van het opbouwen van dergelijke gecompliceerde organisaties in een vreemd land onder vaak moeilijke omstandigheden. Ik ben niet bevoegd de gevoerde administratie en financiering te beoordelen, omdat ik tijdens mijne diverse bezoeken uitsluitend de cultuur-technische werkzaamheden observeerde. Dat hierbij ook tegenvallers en teleurstellingen ondervonden werden is vanzelfsprekend, omdat bij een dergelijk snellen opbouw nu eenmaal leergeld betaald moet worden. Het is en blijft echter mijne uitgesproken meening, dat jij als leider en organisator de volle waardering en eer verdient van de tot op heden verkregen resultaten. De leiding en organisatie kan niet in betere handen zijn toevertrouwd, want je taak en de te overbruggen moeilijkheden waren geen sinecure, doch zoals altijd staan “de beste stuurlui aan de wal”. Elke wijziging in de leiding zou m.i. eene onherstelbare fout kunnen beteekenen. Wel zul je langzamerhand gebruik dienen te maken van adviezen van bekwame medewerkers, omdat je werk dermate veelomvattend geworden is, dat het ondoenlijk wordt voor één man alléén.
                De Heer van Roggen voelde na mijne uiteenzetting de situatie beter aan, doch van de Heer v. Waveren kreeg ik de indruk, dat hij alles uitsluitend door een ambtelijke en accountantsbril bekeek.
                Je kent mijn enthousiasme voor immigratie van Nederlandse boerengezinnen naar dit veelbiedende land en Ribeirão heeft mijne volle bewondering. Jullie zijn zoover reeds geslaagd, doch je moet nog veel verder slagen. Als rechtgeaard Nederland gevoel ik dit min of meer als een Nederlandsch en nationaal belang. Het oog van vele vooraanstaande Brazilianen is op jullie werk gevestigd en het zou een blamage voor onze naam betekenen, als de groei van dit opbouwende werk niet met volle animo en energie werd voortgezet. Zelfs een gedeeltelijke mislukking zou ook mij persoonlijk treffen, even goed als jou.
                Mij werd o.a. de vraag gesteld, waarom ik daadwerkelijk niet meer tijd besteedde aan jullie arbeid. Je kent mijn standpunt en good-will en inderdaad betreur ik het nu des te meer, dat je niet verder ingegaan bent op mijne voorstellen. Ik blijf echter ten volle bereid, want bij mij geldt uitsluitend jullie succes in het belang van nog vele Nederlandse gezinnen, voor wie het in Patria te eng wordt. Jou komt de eer toe, maar toch zou ik gaarne “onopvallendnaast je mijne medewerking willen geven.
                Je aangekondigde brief met cheque heb ik tot op heden niet ontvangen en meld je dit voor de goede orde, opdat je er werk van kunt maken, waar deze brief ergens uithangt.
                In de hoop spoedigst na je terugkeer meer van je te mogen vernemen je verder toewensend met de verdere opbouw van Ribeirão, teken ik als steeds,

Je toegenegen, w.g. R.A.M. Vermeulen

Bron: NA, Archief Heijmeijer, inv.no. 7.


Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *