Tradução Português do livro “Holambra”

Aeroporto de Schiphol, quarta-feira, 13 de fevereiro de 1988. Depois de mais de meio ano de preparação, eu estava prestes a embarcar na primeira grande viagem de avião da minha vida. Já estava acostumado a viajar, mas, ao chegar no aeroporto naquela fatídica quarta-feira, algo muito diferente me esperava. O voo me levaria para o Brasil, onde eu ficaria por ano. Como historiador interessado na emigração holandesa, estava prestes a tornar-me eu mesmo um emigrante. A preparação tinha o caráter de uma emigração. Minha ida ao Brasil foi preparada pelas antigas organizações de emigração holandesas. Isso significava, entre outras coisas, que precisei pedir um visto temporário de emigração, fazer um exame médico e assinar um contrato de trabalho.

coverholambraportuguessm
Baixe a edição Português do livro de Mari Smits sobre a história de Holambra

Depois de um voo com escala em Marrocos, cheguei na sexta-feira 15 de abril, de manhã cedo, no novo aeroporto de Guarulhos, perto de São Paulo. Após recolher minha bagagem, fui à procura de alguém que me levaria para Holambra. Não foi difícil identificar Henk Klein Gunnewiek entre as pessoas que estavam aguardando. Eu o reconheci da sua publicação mimeografada intitulada “Memórias de um emigrante”. Henk guiou-me através de São Paulo e Campinas até o meu destino final: Holambra. Embora o centro desta vila de emigrantes ainda não tivesse sido enfeitado com vários elementos do estilo holandês, o vilarejo respirava claramente um ambiente holandês. Durante o ano em que vivi entre os emigrantes holandeses – ou melhor, imigrantes – acabei perguntando-me várias vezes se um novo futuro no Brasil seria algo interessante para mim. A resposta foi não; eu não me via como um imigrante e, portanto, preferi construir o meu futuro na Holanda. Apesar de viver um ano no meio de emigrantes, acabei sendo apenas um transeunte. more “Tradução Português do livro “Holambra””

Themagids “Zeskamp” verschenen

Inzicht in Braziliaans-Nederlandse archieven en collecties.

zeskamp_cover_20161031De migratiegeschiedenis van Nederlanders naar Brazilië in de twintigste eeuw is een onderwerp dat vanuit beide landen bestudeerd wordt en waarbij beschikbare historische bronnen zoals archieven, foto’s en kaarten een belangrijke basis vormen. In 2012 is in het kader van het GCE programma door het Nationaal Archief en de New Holland Foundation al een gids over Nederlandse archiefbronnen verschenen.

Nu is er in 2016 eindelijk ook een langverwachte en uitgebreide gids verschenen met archiefbronnen die aanwezig zijn in zes verschillende emigranten-gemeenschappen van landbouwers en veehouders in Brazilië. Deze nieuwe themagids heeft de naam “Zeskamp” meegekregen omdat nog jaarlijks de gemeenschappen bij elkaar komen om op sportieve wijze contact te onderhouden en de onderlinge banden aan te halen. more “Themagids “Zeskamp” verschenen”

Lichtpuntje voor Fazenda Ribeirão?

Onmogelijke toestanden in Nederlandse landbouwerskolonie

Ir. J.H.H. Bemelmans

Eind 1952 liepen de spanningen op de Fazenda Ribeirão weer hoog op. Inzet was het nieuwe Portugeestalige contract dat de leden van de coöperatie ter tekening kregen voorgelegd. De tegenstanders van dit contract stelden dat de lasten onmogelijk waren op te brengen en drongen aan op ingrijpen vanuit Nederland. Uiteindelijk werd met medewerking van het Nederlandse episcopaat besloten de Limburgse deken Henricus Bemelmans naar Brazilië te sturen om te bemiddelen. Voor het weekblad De Nieuwe Eeuw een reden om op 10 januari 1953 de situatie op de fazenda uit de doeken te doen en dieper in te gaan op de ‘onmogelijke’ rechtspositie van de Fazendabewoners.

In de sombere geschiedenis van de Nederlandse landbouwerskolonie “Fazenda Ribeirão” in Brazilië is eindelijk een lichtpuntje verschenen. Door de Katholieke Limburgse boerenbond is deken Bemelmans naar Brazilië gezonden om een onderzoek in te stellen. Dit stemt tot verheuging, evenals het feit dat ook de Nederlandse regering van plan schijnt te zijn tot een soortgelijke stap (het zenden van een commissie van onderzoek) over te gaan. more “Lichtpuntje voor Fazenda Ribeirão?”

De Westrik verruild voor de fazenda

Pieta van Ham

In 2007 publiceerde Ad Reijrink een uitvoerig artikel in “Hers en Geens dur Diessen” over de wederwaardigheden van de geëmigreerde dorpsgenoten in Brazilië. Dit zette de journalist Ton de Jong aan om een inventarisatie te maken van de emigranten die vanuit het naburige Hilvarenbeek vertrokken. In het heemkundetijdschrift “Tussen Paradijs en Toekomst” van augustus 2015 publiceerde hij hierover het volgende artikel.

Honderden Diessenaren en Bekenaren hebben door de eeuwen heen hun koffers of reiskist gepakt en zijn voorgoed naar elders vertrokken. Zij monsterden zich aan op een schip van de VOC, trokken naar onder meer Engeland, Italië en Amerika,  traden in bij een orde of congregatie die hen naar de missie stuurde, vochten in vreemde legers en bleven na gedane strijd daar wonen. Na de Tweede Wereldoorlog vond vanuit Nederland een landverhuizing van 375.000 Nederlanders plaats naar Canada, Frankrijk, Australië en Brazilië. Het nog steeds bestaande Hollandse emigrantendorp Holambra was in die jaren een begrip. Commissaris van de Koningin Jan de Quay  wierp zich op als een groot pleitbezorger van de nieuwe woongemeenschap die geschoeid was op coöperatieve grondslag. De rooms-katholieke kerk  en de NCB maakten er reclame voor. Emigratie was een oplossing voor het tekort aan boerderijen en landbouwgrond voor de vele boerenzonen. Toch waren het niet alleen boeren die vertrokken. more “De Westrik verruild voor de fazenda”

Een drama dreigt op de Fazenda Ribeirão

Na de eerste publicaties in februari en maart 1952 ging het katholieke weekblad De Nieuwe Eeuw onverdroten verder met ‘onthullende’ artikelen over de misstanden op de Fazenda Ribeirão. De krant verwachtte aan het einde van dat jaar nieuwe moeilijkheden, bij de ondertekening van het nieuwe Portugeestalige contract. Om de in Nederland verantwoordelijke instanties te herinneren aan de kwestie-Ribeirão publiceerde De Nieuwe Eeuw op 30 augustus 1952 een fragment uit een brief, die het blad had ontvangen van een ‘hoogstaand, zeer betrouwbaar figuur die de toestand op de Fazenda door en door kent; hij kan bovendien niet geacht worden persoonlijke motieven na te jagen of rancunes te willen botvieren. Hetzelfde geldt voor de in de brief genoemde P.A.’ more “Een drama dreigt op de Fazenda Ribeirão”

De zeereis met de Algenib

Op 19 december 1948 vertrok de eerste grote groep emigranten met de ms Algenib naar Brazilië om zich te vestigen op de Fazenda Ribeirão, ofwel Holambra. Onder de reizigers bevond zich ook de familie Teunissen uit Diessen. Onlangs ontving op mijn website een bericht van Ans Peijnenburg. Haar vader was bevriend met Gerrit Teunissen, de oudste zoon van de familie. Gerrit Teunissen, die helaas in 1950 op Holambra is verdronken, schreef aan de familie Peijnenburg een verslag van de zeereis, die ik hieronder publiceer. Later stuurden de zussen van Gerrit vanuit Não Me Toque brieven naar Nederland met daarin de belevenissen van de familie. Ans zou graag deze brieven willen overdragen aan de familie Teunissen. Naar verluidt zou één van de dochters Zus (Rika) in Nederland wonen. Indien u meer weet, laat dan een bericht achter op het reactieformulier.

Ms Algenib

more “De zeereis met de Algenib”

Vier opa’s naar Brazilië (2)

In de vorige bijdragen kwamen vier Noord-Limburgse opa’s aan het woord voorafgaand aan hun bootreis naar Brazilië om daar hun kinderen en kleinkinderen te bezoeken. Het katholieke dagblad De Tijd publiceerde 16 januari 1953 een impressie van hun reis en hun aankomst in Brazilië.

Op 27 november zijn ze aan boord van de “Alioth” gegaan, een vrachtboot met accommodatie voor dertig passagiers. Met goede moed werd de reis ingezet, doch in de Golf van Biscaje was de zee echter zó ruw, dat toch enige benauwde ogenblikken werden doorgemaakt. Slechts één van de vier heeft last gehad van zeeziekte, terwijl de overige passagiers allen ziek in hun kooi lagen.

1Alioth201950a

De tijd brengen ze grotendeels door met kaarten onder het genot van een goede sigaar en borrel. De eerste zondag aan boord was voor de vrome opa’s wel een vreemde gewaarwording, daar er geen gelegenheid was Mis te horen in plaats van twee keer, zoals ze gewend waren. Ze lieten daarom de kralen van de rozenkrans maar een keer vaker door hun vingers glijden.

In Las Palmas hadden ze een dag oponthoud voor het verladen van goederen en de volgende dag werd koers gezet naar Rio de Janeiro, de hoofdstad van Brazilië, waar ze 13 december aankwamen en begroet werden door twee Limburgse missionarissen, pater Thielen en pater Goumans. Na Rio bezichtigd te hebben, werd de volgende dag de reis voortgezet naar Santos, waar ze opgewacht werden door pater Van der Sterren en enkele medebewoners van de fazenda, het eigenlijke doel van de reis.

Vier opa’s naar Brazilië (1)

Waren tijdelijke bezoeken van emigranten aan Nederland in de beginjaren al zeldzaam, hetzelfde geldt voor het bezoeken van geëmigreerde familieleden overzee. Een bijzonder bezoek was wel dat van vier Noord-Limburgse opa’s die in november 1952 op scheep gingen naar Brazilië om niet alleen hun kinderen en kleinkinderen in Holambra te bezoeken, maar ook twee in Brazilië verblijvende priesterzonen. De opa’s bezochten Holambra in een bewogen tijd waarin het al of niet tekenen van Portugeestalige contracten leidde tot een scheiding der geesten. Ook hun kinderen zaten niet op één lijn. In het Limburgs Dagblad van 21 november 1952 vertelden de opa’s hoe zij tot het voornemen om hun kinderen te gaan bezoeken zijn gekomen.

Sterren GJvd
Jos van der Sterren

Venlo, 20 november, 1952.
De dagen beginnen nu af te tellen voor Matthijs Goumans, Jos v.d. Sterren, Graad Michels en Hans Hoeymakers. Nog enige dagen en het motorschip “Alioth” zal de haven van Rotterdam uitvaren voor de grote oversteek naar Brazilië, aan boord waarvan deze vier heren wel tot de merkwaardigste passagiers zullen behoren. Want het zijn allen grootvaders, die eens gaan kijken hoe hun kinderen en kleinkinderen het daar in dat verre land wel maken. Ze hebben het goed bekeken, want tegen de tijd, dat ze terugkomen, – vermoedelijk maart – is de winter hier in Nederland al weer voor een goed deel achter de rug. Als trekvogels zoeken ze de warme landen op, om tegen het voorjaar weer terug te keren.

Het plan werd geboren in het brein van Jos v.d. Sterren, 72 jaar en zaakvoerder te Wanssum. Zijn zoon pater Theodulfus SSCC is professor aan het seminarie Tres Poços de Pinheiral in Brazilië. Daarenboven is er een

Matthijs Goumans
Matthijs Goumans

van z’n dochters getrouwd met Bovee uit Meerlo, die op de Fazenda Ribeirão woont. Het echtpaar heeft 9 kinderen, waarvan er twee in Brazilië geboren zijn, die opa v.d. Sterren nog nooit gezien heeft. Twee woorden over Brazilië met Matthijs Goumans, 71 jaar, landbouwer te Venray, waren voldoende om deze ondernemende Peelhaas deelgenoot in het plan te maken. Goumans heeft een priesterzoon, pater Coenradus O.F.M., die leraar is in São João del Rei. Hij heeft twee dochters op de Fazenda Ribeirão getrouwd en mag zich verheugen op de begroeting van drie opa-zeggertjes. Aangezien een dochter van Goumans gehuwd was met de zoon van Graad Michels, 63 jaar, landbouwer te Venray-Volen, rolde het “plan v.d. Sterren” als een sneeuwbal verder. Ook Michels verklaarde zich van de partij en toen was het vanzelfsprekend dat ook Hans Hoeymakers, 70 jaar, landbouwer Steeg-Sevenum, zich bij de onderneming aansloot, want de twee spruiten van een andere op Ribeirão woonachtige zoon van Michels moeten tegen Hoeymakers “opa” zeggen. En daarmee was het gezamenlijk 276 jaar tellende kwartet volledig.

Graad Michels
Graad Michels

Met veel moeite hebben we deze vier kranige reizigers bij elkaar kunnen krijgen voor een kiekje in de krant. Ze vonden het zo bijzonder niet, wat ze gingen doen. Maar het vooruitzicht eens een middag gezellig met elkaar te kunnen “klasjeneren” – ’t was de eerste maal, dat ze alle vier tegelijk bijeen waren – zijn ze tenslotte toch gezwicht. Bij van der Sterren thuis vond de samenkomst plaats en de stemming was al dadelijk opperbest, dat het geen twijfel liet, of de vier zullen het onderweg best met elkaar kunnen vinden.
Van der Sterren vertelde monkelend hoe hij het vuurtje had aangestookt, hoe hij Hoeymakers had gestrikt. “Kaarte geej ok geer?” had Hans gevraagd, zodra hij van de reis hoorde. – De kart neme we mee!, had van der Sterren geantwoord. “Ik zei: kruutsjasse,”glimlachte van der Sterren. “Dat doon weej ok!” had Hoeymakers geestdriftig uitgeroepen en toen was de zaak meteen beklonken. Nou en toen heeft van der Sterren de ene brief na de andere aan meneer Duysens van de emigratiedienst van de LLTB gestuurd en hoewel ze eigenlijk geen emigranten waren, had ie er zoveel schik in, dat hij alles voor de reis tot in de puntjes heeft geregeld.

Kandidaat-President
Van der Sterren heeft al twee grote koffers aangeschaft, tussen welke hij bijna verdwijnt. Het lijkt wel of Sinterklaas naar Brazilië gaat, zoveel hebben de grootvaders te verslepen: speelgoedbeertjes en eierleggende kippen voor de kleintjes, rozenkransen voor de communicantjes, missaals en bijbelse geschiedenisboeken voor de groten en nog veel meer. Op speciaal verzoek: boekjes met Marialiederen en Nederlandse schoolliedjes.
Van der Sterren heeft daar zojuist over Hoeymakers lelijk uit de school zitten klappen, maar nu is het de beurt aan de Sevenummer. “Van der Sterren blijft misschien wel in Brazilië achter. Ze hebben in die Zuid-Amerikaanse landen nogal eens ’n nieuwe president nodig. Hij als zaakvoerder weet van wanten en met dat snorretje en dat sikje heeft ie ook z’n voorkomen mee”. Dat zegt Hoeymakers en de “president” geeft hem een joviale por in de ribben.

Hans Hoeymakers
Hans Hoeymakers

Goumans en Michels praten verder over de reis. Michels is benieuwd naar het eten aan boord, maar Goumans maakt er zich geen zorgen over. “Enne goeie mök sluupt alles!” zegt hij op z’n Venrays, waarin met “mökke” jeugdige runderen worden aangeduid. Hij is de bereisde Roel van het gezelschap, want hij is al eens in Lourdes geweest en heeft verschillende malen een inspectietocht gehouden langs de boerderijen van Nederlandse emigranten in Frankrijk.
Ginds in Brazilië is de komst van de grootvaders ’t gesprek van de dag. Maar de Brazilianen behoeven zich geen zorg te maken. Troef-boer en faatse-nel zullen in de gemeenschappelijke hut aan boord van de Alioth zozeer de gemoederen beroeren, dat ze nog geen tijd hebben gehad aan zeeziekte te denken, als ze reeds te Santos aan wal stappen, om daar met de ter begroeting aanwezig zijnde priesterzonen in een speciaal autobusje te stappen en regelrecht naar Ribeirao te snorren, 180 km, het binnenland in…

In Brazilië ligt een Hollands boerendorp

In harde pioniersstrijd met voortvarendheid uit de grond gestampt.

In de beginjaren van Holambra was het op en neer reizen naar Nederland slechts weggelegd voor de leidinggevenden van de jonge kolonie. Voor de meeste emigranten zou het nog twee decennia duren voordat deze tijdelijke terugkeer financieel mogelijk werd. Er waren slechts enkele uitzonderingen. Een daarvan was Jan van den Broek, die in september 1952 naar Nederland vloog om er drie stieren te kopen, waarvan één voor een de Braziliaanse dierenarts dr. Leme uit Pinhal. De vliegreis kostte maar liefst bijna 6000 gulden, anno nu nog steeds een groot bedrag. Tijdens zijn verblijf in Nederland werd Van den Broek geïnterviewd door de Noordbrabantse krant “Het Huisgezin”.

JC van den BroekHet is alweer een jaar of vier geleden, dat in Brazilië een Nederlandse emigrantenkolonie tot stand kwam. Deze kolonie was naar haar vorm een coöperatie en werd gesticht op de 5000 ha. grote Fazenda Ribeirão. Op die plaats, waar toen nog slechts een paar onbetekenende gebouwtjes stonden, liggen nu meer dan tachtig boerderijen. Op een van die boerderijen boert Jan van den Broek uit Den Dungen. Van den Broek is op het ogenblik voor een paar maanden in Nederland terug en Het Huisgezin uit Den Bosch had dezer dagen een lang gesprek met hem over zijn ervaringen in Brazilië en over het leven op de Fazenda.

Emigranten bakten stenen om huizen te bouwen
Jan van den Broek emigreerde met zijn jong gezin eind 1949 naar Brazilië. Toen hij op de Fazenda aankwam, waren er reeds ongeveer 30 gezinnen gevestigd. Deze pioniers hadden geen gemakkelijk leven achter de rug. Want Brazilië mag een mild klimaat hebben, het is een hard land. En Jan van den Broek verheelt ons niet, dat ook de groep emigranten, waartoe hij behoorde, een zware tijd heeft doorgemaakt. Maar vandaag aan de dag zijn de grootste moeilijkheden achter de rug, de hardste tijd is voorbij en de 700 kolonisten, die op de Fazenda zitten, zien niet alleen met vertrouwen, maar zelfs met optimisme de toekomst tegemoet.
Het harde pioniersleven wordt het beste geïllustreerd door de geschiedenis van de Fazenda. Toen de emigrantenkolonie “startte” stond er een primitief steenfabriekje. Het was zoiets als een royale Limburgse veldoven. De emigranten hebben dit fabriekje uitgebreid en zijn er de stenen gaan bakken waarvan ze later hun huizen hebben opgebouwd. Er werd een houtzagerij opgericht en het in de bossen gerooid hout werd op die manier voor bouwdoeleinden geschikt gemaakt.

Op de Fazenda wordt ook Nederlands brood gebakken
Huizen bouwen alleen was niet voldoende. Er moest ook ontgonnen worden en er moest landbouw worden bedreven. Dit vroeg machines, tractoren en deze eisten op hun beurt onderhoud en reparatie. Dus werden een smederij en een garage gesticht. Aanvankelijk in handen van de coöperatie, gingen beide in 1951 in particuliere handen over.
De smederij – die thans door Stapelbroek uit Diessen gedreven wordt – voorziet volledig in alle behoeften, die er op dit gebied op de fazenda voorkomen. De garage zorgt voor reparatie van tractoren en mag zich zelfs in de klandizie van de Brazilianen verheugen.
Voorts wordt door de garage een busdienst ingesteld naar de op 40 km afstand liggende stad Campinas en als het nodig is rijdt de bus door naar Sao Paulo. Een coöperatieve winkel, bakkerij en slagerij, die in particuliere handen is, verzorgen de levensmiddelenvoorziening. En het brood dat op de fazenda gebakken wordt is Hollands naar smaak en uiterlijk.

Boter van Hollanders een gewild product
Naast de voedselvoorziening voor de emigranten, vergt de fourage van de veestapel enige aandacht. Want vandaag lopen er op de fazenda een 5000 kippen, ongeveer 3500 varkens en een kleine 600 stuks rundvee. Men heeft er een eigen mengvoederfabriek gesticht. Aanvankelijk had de heer Van den Broek daarvan de leiding. ’t Mengen moet nog altijd met de hand gebeuren maar er zijn thans mengmachines op komst. Overigens heeft dit mengen met de hand kennelijk weinig afbreuk gedaan aan de kwaliteit, want men kreeg onlangs op de fazenda een aanvrage om mengvoeders te leveren aan een van de grote Braziliaanse kippenbedrijven in de buurt.
De producten van de fazenda vinden gretig aftrek. Er is een zuivelfabriek waar de melk tot boter verwerkt wordt. Deze boter heeft een klinkende naam in de hele staat Sao Paulo en onder de elite der Brazilianen is de boter der “Holandeses” een gewild product. Hetzelfde geldt voor de eieren, die al evenzeer vermaard zijn om hun versheid en kwaliteit. Via een eigen eierveiling vinden iedere maand een kleine twintig duizend dozijn eieren hun weg naar de stad Campinas. De veiling bezit een stempel en sorteermachine, de enige in heel Brazilië.

“Kinderen van ons volk” in Brazilië
Maar het is niet alleen de economisch bedrijvigheid van de Fazenda die in Brazilië een goede reputatie geniet. Ook in godsdienstig opzicht is dit het geval. De emigranten hebben een kerkje gebouwd en pastoor Dr. Sijen – een Norbertijn van Postel – heeft tesamen met een der zusters, het kerkje van wandschilderingen voorzien. Over de zusters gesproken: er zijn op de Fazenda 8 zusters kannunikessen van het H. Graf. Vier daarvan hebben de bevoegdheid lager onderwijs te geven aan de Hollandse jeugd. Voorts geven zij huishoudonderwijs aan de grotere meisjes en zij zijn actief werkzaam in de vrouwelijke jeugdbeweging.
Kinderen van ons volk omslagEr valt over deze Nederlandse kolonie nog veel meer te vertellen. De jonge boeren hebben er ook hun rijvereniging en er is een toneelclub, die jaarlijks een keer of vier op de planken komt (o.a. speelde zij Ant. Coolen’s “Kinderen van ons volk”); er wordt lager landbouwonderwijs gegeven en er is een wijkverpleegster en een kraamverzorgster.
Kortom: op Braziliaanse grond ligt een Nederlands boerendorp, dat in vier jaar tijds, met voortvarendheid, durf en energie uit de grond werd gestampt, dat de bewondering opwekt van de Brazilianen, die het bezoeken en dat reeds aan 86 Nederlandse boeren kans gaf zich volledig te ontplooien. En om dit laatste is het tenslotte begonnen.
Ondertussen wordt er op de fazenda verder gewerkt. Tweeduizend hectare zijn uitgegeven; voor ontginning van de volgende tweeduizend worden de plannen uitgewerkt en het is te verwachten, dat volgend jaar opnieuw een paar groepen emigranten kunnen geplaatst worden.