Bestaande kolonies behoeven aanvulling

Goede mogelijkheden voor doorzetters

In 1957 bezocht Prof. Jan de Quay, commissaris van de Koningin in Noord-Brabant en voorzitter van de Raad voor de Emigratie, het adviesorgaan van de Nederlandse regering, Brazilië om na te gaan hoe het ging met de Nederlandse landbouwkolonies in de deelstaten São Paulo en Paraná. Tijdens een bijeenkomst van de Katholieke Emigratie Stichting in Brabant deed hij hiervan verslag. Hier volgt het relaas van het dagblad De Tijd.

De Quay als minister-president in 1962 Foto CC Anefo

“Voor goed geselecteerde mensen biedt Brazilië in kolonies zoals Holambra goede mogelijkheden.” Tot deze conclusie voerde de Inleiding, die de Brabantse Commissaris der koningin, prof. dr. J. E. de Quay, donderdag heeft gehouden voor de Katholieke Emigratie Stichting voor de bisdommen Breda en Den Bosch.

Prof. De Quay, die vorig jaar een reis van drie weken door Brazilië heeft gemaakt, schetste Brazilië als een land, dat in al zijn aspecten verschilt van Nederland: het is katholiek, maar de godsdienstige beleving is heel anders; allerlei gewoonten en gebruiken wijken totaal af van de onze en de zon staat er in het noorden.
Hoe gaat het nu de Nederlanders, die naar dit land geëmigreerd zijn? Het was prof. De Quay gebleken, dat zij bij de Brazilianen een bijzonder goede naam hebben gekregen, ook bij de burgerlijke en kerkelijke autoriteiten. Waarschijnlijk is men zo op hen gesteld, omdat ze iets complementairs hebben. De waardering betreft vooral Holambra, de nederzetting, die na de oorlog een streek van uitgemergelde grond tot een welvarend landbouwgebied heeft gemaakt.
Brazilië is het enige land, dat collectieve immigratie in kolonies toestaat. Het is dank zij dit systeem, dat een aantal Nederlanders er een bestaan heeft gevonden. De individuele immigratie daarentegen stelt bijzonder hoge eisen en houdt grote gevaren in.
Prof. De Quay gaf hierna zijn indruk weer van de drie Nederlandse kolonies, die hij heeft bezocht. Carambeí, de oudste, die in 1911 is gesticht, is nog altijd een gesloten, Nederlandse gereformeerde eenheid van rijkere boeren. De kinderen huwen onder elkaar. De kolonie heeft één grote zorg: komen er mensen bij uit Nederland? Van na de oorlog dateert de nederzetting Castrolanda, ook een stukje Nederland, waar integratie nog nauwelijks waarneembaar is: zelfs In het economische vlak is deze nog betrekkelijk beperkt. Eveneens naoorlogs is Holambra, de katholieke nederzetting. Helaas zijn thans de naweeën nog aanwezig van de mislukkingen, die deze kolonie heeft gehad in de beginjaren, toen twee groepen zich hebben afgescheiden. De afgescheiden groepen: Tronco en Nao Me Toque, staan beide zwak, maar teruggaan naar Holambra is blijkbaar niet mogelijk. Wellicht kan de volgende generatie de kloof overbruggen. De sanering in Holambra zelf, waaraan ir. Hogeboom “met terecht harde hand” leiding heeft gegeven, heeft tot goede resultaten geleid. Hoewel de mensen ‑ als alle emigranten ‑ enig heimwee blijven houden, zijn ze wel tevreden. Zij hebben succes behaald met de subtropische produkten. Ook Holambra is echter een volkomen Nederlandse gemeenschap, die zich wellicht pas over 40 jaar met de Braziliaanse zal vermengen. Deze vermenging is voor de katholieken gemakkelijker dan voor de gereformeerden, maar ze zal voor allen maar langzaam verlopen. Ook voor de bewoners van Holambra is aanvoer van nieuwe mensen daarom van groot belang.
Een moeilijkheid voor de emigratie naar Brazilë blijft, dat men er als boer niet kan beginnen zonder een kapitaal, dat gewoonlijk op ƒ 20.000 wordt gesteld. Werken met Nederlandse leningen is niet mogelijk en in Brazilië is er grote kapitaalschaarste. Toch zal Brazilië, dat zo graag Nederlandse nederzettingen ziet, dat kapitaal moeten verschaffen. De emigranten, die naar Brazilië gaan, zullen een groot doorzettingsvermogen moeten hebben, niet te sentimenteel moeten zijn en geen ruzie moeten maken over kleinigheden. Het maakt weinig verschil of ze van het zand of van de klei komen, aangezien ze toch op heel andere cultures moeten overschakelen.

“Nederlandse” koffie uit Brazilië

In het eerste decennia van het bestaan is er op Holambra volop geëxperimenteerd met diverse akkerbouwgewassen. Nadat in het begin de nadruk lag op in Nederland gangbare gewassen als aardappelen en tarwe, werd langzamerhand overgeschakeld op tropische gewassen. Zo werd er ook begonnen met de verbouw van koffie, een teelt die in de omgeving van Holambra al een eeuw op grote schaal plaatsvond. In 1957 vond de eerste koffieoogst plaats. Eind van dat jaar werden de eerste koffiebalen naar Nederland vervoerd. Diverse kranten, zoals ook het protestantse dagblad Trouw hebben hieraan aandacht besteed. more ““Nederlandse” koffie uit Brazilië”

Nederlandse boeren in Brazilië staan voor enorme mogelijkheden

In maart 1954 bezocht een journalist van het katholieke dagblad De Tijd de jonge kolonie Holambra. Hij was onder de indruk wat er allemaal was bereikt, maar liet niet onvermeld dat er nog steeds een grote schuldenlast op de kolonie rustte. Maar Ribeirão gaat een grote toekomst tegemoet, zo stelde hij vast.

Een autorit van ruim twee uur brengt ons van São Paulo naar Mogi Mirim, waar de Fazenda “Ribeirao” ligt, ” ten westen van de grote stad, bijna aan het einde van de prachtige autoweg, die 40 km verder het binnenland in halt houdt voor een weidse woestenij. We waren, zoals de lezers weten, naar São Paulo gevlogen om aldaar een festival bij te wonen, niet bepaald een daverend evenement in de reeks, die we al achter de rug hadden. En er was slechts een vaag verlangen in ons, als we dan toch in de buurt waren, eens kennis te gaan maken met de Nederlandse boeren, die de Nederlandse Fazenda bewonen, waarover in het provinciale deel van de Nederlandse pers een en ander te doen is geweest, nu enkele jaren geleden.(…)

more “Nederlandse boeren in Brazilië staan voor enorme mogelijkheden”

Moeilijkheden zijn overwonnen

José Café Filho

Vanaf 1954 werd het rustiger op Holambra. Er werd hard gewerkt aan de verdere ontginning van de Fazenda Ribeirão en er arriveerden nieuwe emigranten die de opengevallen plaatsen van vertrokken pioniers innamen. Met enige regelmaat kreeg de jonge kolonie bezoek van prominente gasten, zoals de Braziliaanse vice-president José Café Filho – die in 1954 president van het land werd – en de Nederlandse commissaris voor de emigratie Bas Haveman. Ook de toon van de publicaties in de Nederlandse pers veranderde. Zo af en toe verschenen er in kranten artikelen waarin met bewondering werd geschreven over wat de emigranten in Brazilië hadden bereikt. Zo ook De Volkskrant, die op 16 februari 1955 een artikel met als ondertitel “Hollanders boeren goed op Braziliaanse Fazenda”. en ook refereerde aan de lofuitingen van de Braziliaanse president. more “Moeilijkheden zijn overwonnen”

De coöperatieve winkel van Holambra

In juli 1949 emigreerde het jonge echtpaar Bos vanuit het Limburgse Grubbenvorst naar Brazilië om een nieuw bestaan op te bouwen in Holambra. Na 15 jaar pionieren keerden zij in 1964 samen met hun kinderen terug naar Nederland. Onlangs ontving ik van hun zoon Chico enkele documenten die betrekking hadden op de winkel van de coöperatie van Holambra, waaronder een prijslijst.
more “De coöperatieve winkel van Holambra”

Stukjes Brazilië in Nederland

Bijna tien jaar geleden gaf ik een lezing over de Nederlandse landbouwgemeenschappen in Brazilië onder de titel “Stukjes Nederland in Brazilië”. De tekst van deze lezing is sinds de start van deze website het meest geraadpleegde bericht. En niet zonder reden; het is een beknopte schets van de ontwikkeling van de Nederlandse emigratie naar Brazilië in de twintigste eeuw.

more “Stukjes Brazilië in Nederland”

Nederlandse boerenkolonie in Brazilië was in nood

Meer dan zestig sterfgevallen onder het rundvee

De import van Nederlands stamboekvee en de latere verkoop van dit vee aan Braziliaanse handelaren moest de kurk worden waarop de emigrantengemeenschap Holambra moest drijven. En juist dat vee had erg te lijden onder Braziliaanse veeziekten. Toen begin 1950 opnieuw een uitbraak plaatsvond, waarbij de veeboeren dachten aan mond- en klauwzeer, deed de leider van de kolonie, Geert Heijmeijer een beroep op de Nederlandse regering. Deze stuurde in april 1950 een Nederlandse veearts, te weten Remko de Maar naar Brazilië om de ziekte te bestrijden. Na zijn terugkeer in Nederland deed De Maar in het Algemeen Handelsblad verslag van zijn bevindingen. more “Nederlandse boerenkolonie in Brazilië was in nood”

Herinnering aan Kees Wijnen (1936-2018)

Toen ik in 1990 mijn eerste boek over Holambra publiceerde kwam ik al snel in contact met Kees Wijnen. Zijn rapporten over Holambra I en II kende ik en daar heb ik ook dankbaar gebruik van gemaakt bij het schrijven van mijn boek. Nadien kwam ik hem vooral tegen tijdens bijeenkomsten die iets met emigratie te maken hadden en mijn contacten met hem werden intensiever zo’n tien jaar geleden toen ik door Jos van Campen werd gevraagd een rol te spelen bij de Katholieke Emigratie Centrale en de Katholieke Vereniging van Ouders en Familieleden van Geëmigreerden. Met zijn overlijden op 30 april 2018 kwam helaas definitief een einde aan dit contact.

Cornelis Johannes Maria Wijnen werd op 11 december 1936 geboren op de Mariahoeve in de Sint Maartenspolder (gemeente Hoeven). Hij was de jongste in een gezin van vier kinderen. Kees ging in Oudenbosch naar de lagere school en daarna in Roosendaal naar de middelbare school. Na het voltooien van de HBS en zijn militaire dienstplicht ging hij studeren aan de Landbouwhogeschool Wageningen. Tijdens zijn studie ging hij op stage in Brazilië en leerde hij de Nederlandse groepsvestigingen kennen. more “Herinnering aan Kees Wijnen (1936-2018)”

Op weg naar Monte Alegre (7 – slot)

In het laatste deel van zijn reisverslag beschrijft Rinke Slump sr. de aankomst in de kolonie en zijn eerste indruk van de nieuwe woning. Het artikel verscheen op 4 april 1950 in het Gereformeerd Gezinsblad. Amper vijf weken later eindigde het pioniersleven van Rinke Slump op noodlottige wijze. Hij liep ernstige brandwonden op toen hij bezig was de tractor bij te vullen met benzine. Op vrijdag 12 mei overleed hij. Daarmee verloor de nog jonge en kleine kolonie zijn leider. more “Op weg naar Monte Alegre (7 – slot)”