Moeilijkheden zijn overwonnen

José Café Filho

Vanaf 1954 werd het rustiger op Holambra. Er werd hard gewerkt aan de verdere ontginning van de Fazenda Ribeirão en er arriveerden nieuwe emigranten die de opengevallen plaatsen van vertrokken pioniers innamen. Met enige regelmaat kreeg de jonge kolonie bezoek van prominente gasten, zoals de Braziliaanse vice-president José Café Filho – die in 1954 president van het land werd – en de Nederlandse commissaris voor de emigratie Bas Haveman. Ook de toon van de publicaties in de Nederlandse pers veranderde. Zo af en toe verschenen er in kranten artikelen waarin met bewondering werd geschreven over wat de emigranten in Brazilië hadden bereikt. Zo ook De Volkskrant, die op 16 februari 1955 een artikel met als ondertitel “Hollanders boeren goed op Braziliaanse Fazenda”. en ook refereerde aan de lofuitingen van de Braziliaanse president.

SÃO PAULO, 14 Febr. – Het “cöoperatieve emigratie-centrum” van Nederlandse boeren op de Fazenda Ribeirão in Brazilië is de moeilijkheden van de laatste jaren te boven gekomen. Op deze unieke Nederlandse nederzetting, waar al 90 zelfstandigen een bedrijf van 15 hectare hebben, leven al 700 melkkoeien, 2000 varkens en 20.000 legkippen. De 650 Nederlandse bewoners hebben dagelijks hulp van 300 Braziliaanse knechten, die goed de kost verdienen. Men beschikt over een nieuwe melkfabriek, die dagelijks 2000 liter melk tot consumptiemelk, yoghurt en boter verwerkt. Bovendien zal de oogst van de eigen cassaveteelt in een eigen manioca-fabriekje worden verwerkt. Zodoende krijgt de coöperatie de beschikking over een nieuw handelsproduct.

De hoofdweg van Holambra

In de afgelopen jaren heeft de Fazenda Ribeirão, die goede toekomstmogelijkheden biedt, met enkele tegenslagen te kampen gehad. Een dertigtal emigrantkolonisten is namelijk uit het coöperatieve verband van de grote Fazenda getreden. Zij trokken veelal naar de omgeving van Paraná en Rio Grande do Sul en namen elk hun aandeel in geld mee. Ongetwijfeld zijn de verplichtingen van de achtergebleven kolonisten hierdoor verzwaard. Mede door de steun van een Nederlandse lening zijn echter de moeilijkheden overwonnen. Er zijn nieuwe jonge gezinnen gekomen, die alweer volop aan de slag zijn.

De laatste jaren is hard gewerkt aan de verdere ontginning, de wegenaanleg en het verkavelen van de percelen. Er is heel wat werk verzet om de erosie (uitspoeling van de teeltaarde bij zware regenval) op de hellingen tegen te gaan. Verschillende teelten zijn aangepast aan de klimatologische omstandigheden. Er zijn minder risico-dragende gewassen gezet. Ook met het vee, dat zich aan het klimaat moest aanpassen, gaat het steeds beter. De fokkerij en mesterij van varkens heeft een belangrijke uitbreiding ondergaan. Ruim 20.000 legkippen zorgen thans voor een stijgende eierproductie, die coöperatief verpakt, gestempeld en gesorteerd wordt. Er is thans een eigen mengvoederinstallatie in bedrijf. Dit betekent weer een belangrijke besparing, terwijl ook de kwaliteit in eigen hand gehouden kan worden. Zo zijn de kolonisten ook zelf “molenaar” geworden. Er wordt 200 ton mengvoeder per maand verwerkt.

De landbouw-, veeteelt- en zuivelproducten vinden grotendeels een afzet in het naburige wooncentrum van Campinas en São Paulo. Er worden melk, yoghurt, boter en eieren geleverd, die bij de Braziliaanse bevolking zeer in trek zijn. In het afgelopen seizoen is ruim 6 millioen kilo cassave-wortel tot meel verwerkt. Het mandioca-meel vindt behoorlijke afzet. Ook de toenemende belangstelling bij de emigranten voor ontwikkelings- en vormingsavonden bewijst, dat net de mensen op de “Landbouw en Veeteeltcoöperatie Holambra” redelijk goed gaat. Er is zelfs een soort Volksuniversiteit. Er worden aan de meisjes huishoud- en naaicursussen gegeven. Onder leiding van de eminente pater Verberne zijn er enkele verkennersgroepen actief. Tot de geliefkoosde sporten behoort vooral volleybal. Er wordt aan volksdansen en voordrachtskunst gedaan. Vele bezoekers aan de Fazenda, waaronder de president van Brazilië, staken hun bewondering voor het noeste en vakkundige werk van de emigranten niet onder stoelen of banken. Ook de meeste jonge boeren, die zich uit het coöperatief verband van de Fazenda Ribeirão hebben teruggetrokken redden zich in Paraná en Rio Grande do Sul goed.


Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *