Optimistische klanken uit Brazilië

Berichten en brieven uit de pionierstijd van Holambra zijn niet zo talrijk. Een enkele keer kom je er een tegen in de pers. Dat was ook het geval toen de Nederlandse krantensite Delpher onlangs werd verrijkt met het katholieke dagblad De Maasbode. Op 12 november 1948 publiceerde deze krant een brief waarin verslag werd gedaan van de situatie op de Fazenda Ribeirão voorafgaand aan de komst van de eerste grote groepen emigranten.

Automatisch ingekleurde foto van het eerste vee op de fazenda. Willem Miltenburg zwaait naar de fotograaf.

Nederlanders van allerlei slag en soort zijn de laatste jaren de zeeën overgestoken, waardoor ons land omspoeld wordt. Noodgedwongen moesten zij hun land verlaten en naar den vreemde gaan om daar een bestaan op te bouwen, waartoe zij in eigen land de kansen niet kregen. Hoe maken deze mensen het? Over het algemeen zijn de eerste tijden het moeilijkst.
Het doet ons daarom des te meer genoegen te dezer plaatse een zeer optimistische brief van enkele Nederlandse emigranten in Brazilië af te drukken. Deze brief is gericht aan de Katholieke Nederlandse Boerenstand.

FAZENDA RIBEIRAO (Brazilië) October 1948,
Beste vrienden,
Vier Nederlandse jongens, een jong gezin met twee kinderen, achttien stamboekvaarzen, de drie weken oude stier Geert Adema, twee jeeps, vijf katten, een hond, drie kippen, een bos met apen, een meer met krokodillen, wat lege pakhuizen en vijf duizend ha. land. Ziedaar het begin van het emigratie-centrum der katholieke Nederlandse boeren in Brazilië.
Terwijl in ons dierbare verre Nederland de najaarsstormen over het vlakke tand trekken, hebben wij hier voorjaar. Het was op een schone voorjaarsavond, dat wij na een zware dagtaak in onze trouwe „Boer en Tuinder” lazen van het oogstdankfeest dat zal worden gehouden op „Ons Erf” in De Steeg. Mijn God, wat waren wij daar graag bij geweest! Want als er boeren dankbaar mogen wezen, dan mogen wij het zijn.
Wij, die in dit prachtige land mochten aankomen als eerste pioniers, die dit grootse werk stap voor stap zien groeien; die alle moeilijkheden, alle lief en leed ervan mogen meemaken, die eraan mogen medewerken ’n toekomst te scheppen voor duizenden, jonge boeren en boerinnen, voor degenen die zitten te hunkeren om een bedrijf en gezin te stichten, waardoor hun de gelegenheid gegeven zal worden hun idealen uit te dragen en te leven en werken voor God, Kerk en Maatschappij.
Wat mogen wij dankbaar zijn voor onze geestelijke leiding, voor ons onderwijs en onze organisaties en dankbaar aan de mannen en vrouwen die met Gods hulp dit alles hebben mogen opbouwen en uitbreiden. Dankbaar ook voor onze ouders, waar wij zo ontzettend veel aan te danken hebben. Dankbaar voor ons geloof, idealen en vakmanschap.
Zwaar en hard is het leven van een emigrant; veel krijgt hij te verduren. Maar wij gaan die goede weg op en voeten ons dichter bij ons doel dan ooit tevoren. Vasthouden, dóórzetten en bidden, dat doen wij ook, zover onze lichamen dat na een zware dagtaak toelaten. Onze eerw. zusters bidden hard voor ons en wij merken Gods zegen over ons werk, wij zullen slagen met Zijn hulp.
Wij wilden dat wij eens met de jonge boeren in Holland konden praten en , werken over en in dit land, het zo rijk !gezegende land, waar nog voor millioenen een goed stuk brood te verdienen is. We zouden beginnen met struiken en bomen op te ruimen, egaliseren, wegen en irrigatiekanalen aan te leggen en dan ploegen en zaaien om daarna te genieten van het schone gezicht als de gewassen groeien en de oogst voor de deur staat.
De oogst van die mais, soja, rijst, olienoten, groenvoedergewassen, groenbemesters en alle andere producten van het bedrijf als b.v. de melk. De Hollanders laten de melk in de emmer „zingen”, zeggen de Brazilianen. Voorts zouden we praten over onze tuinders, die tomaten, bloemkool, spinazie, wortelen, uien en andere groenten uit de grond trekken. Het blijkt dat het hier goed is voor onze tuinders. De eerste sla, bomen, erwten en tomaten hebben op onze tafel gestaan, vrienden wat een schoon gezicht.
Als straks onze noodkapel klaar is en onze pater en de zes zusters in hun noodklooster arriveren, dan hopen wij dat Nederlandse bloemen, geteeld op Braziliaanse bodem de kapel mogen versieren.
Wat een schoon gezicht zal het zijn de honderden mooie witte boerderijen en de duizenden glanzende koeien in dit prachtige heuvelachtige landschep en daarboven op de hoogste heuvel ons centrum met zijn kerk, zijn klooster, de scholen en de ontspanningslokalen enz.
Aan de voet van deze heuvel het meer, dat in de droge tijd onze koeien te drinken zal geven en dat het mogelijk zal maken onze tuinders het hele jaar te doen planten. Bij dit meer is een waterval van dertig meter; zij zal de kracht geven voor de electrische installaties van onze huizen en stallen, zij zal kracht geven voor onze smederij, zagerij en werkplaatsen, voor de steenpersen. Op en in onze fazenda is voldoende timmerhout en klei voor het bouwen van de dingen die wij nodig hebben; natuurstenen, benodigd voor aanleg van wegen zijn er ruimschoots voldoende.. De grond zelf is goed en vruchtbaar; er zal veel werk aan te doen zijn, maar dan zal zij ook veel geven.
Vrienden, jullie zien, dat wij reden hebben om dankbaar te zijn. De eerste grondslagen zijn gelegd voor dit prachtige en grootse werk. Groot zijn echter ook de moeilijkheden en zorgen maar wij werken rustig en vastberaden door, vertrouwend op God, en onze mensen hier en in Nederland.
Danken jullie op het oogstfeest God ook voor hetgeen Hij voor ons gedaan heeft en smeekt Zijn zegen af over ons verder werk, opdat het moge slagen tot Zijn meerdere eer en tot heil van Kerk en Maatschappij.
Nederlandse jonge boeren: moed en vertrouwen!

JULLIE EERSTE EMIGRANTEN IN BRAZILIË.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *