Fazenda Ribeirão in moeilijkheden (1)

Terwijl met het themanummer van Ontginning in Nederland het beeld werd verspreid dat er in Brazilië groots werk werd verricht, was de situatie op de Fazenda Ribeirão op dat moment verre van rooskleurig. Al in augustus 1949 klopte Geert Heijmeijer bij de Nederlandse minister van Sociale Zaken Dolf Joekes aan voor financiële steun. Het bestuur van de Cooperativa Holambra was tot de conclusie gekomen dat tot dusverre beschikbaar gekomen financiële middelen ontoereikend waren om de kolonie te kunnen afbouwen. Eind 1949 bezocht hij Nederland en diende hij bij de Nederlandsche Bank een aanvraag in voor een nieuw krediet ter waarde van  2,8 miljoen gulden. Deze kredietaanvraag vormde aanleiding voor overleg tussen Nederlandse ministeries en de Katholieke Nederlandse Boeren- en Tuindersbond (KNBTB), wat leidde tot het zenden van een onderzoekscommissie bestaande uit de landbouwkundige Ir. M.A. van Roggen en G.C. van Waveren, hoofdaccountant op het ministerie van Financiën. Beiden bezochten de Fazenda in augustus 1950. De conclusies van hun rapport waren onthutsend en zouden leiden tot een drastische reorganisatie van de jonge kolonie met verstrekkende gevolgen.

Conclusies
In oktober 1950 rapporteerden Van Roggen en Van Waveren hun bevindingen aan de Nederlandse regering. Hun conclusie was dat de Cooperativa Agro-Pecuária Holambra “thans” niet rendabel was, maar dat onder zekere voorwaarden voor het bedrijfsjaar 1952-1953 een “voorlopig matige rentabiliteit” kon worden verwacht. Voor het bereiken van die matige rentabiliteit moest wel worden voldaan aan vier voorwaarden: 1) dat de cooperativa, verdeeld over het tijdvak 1950/1952, in totaal de beschikking zou krijgen over een bedrag van 12 miljoen cruzeiros; 2) dat de president van de Cooperativa, ir. J.G. Heijmeijer, zou worden vervangen door iemand met meer organisatorisch en commercieel inzicht; 3) dat verdere emigratie naar de kolonie Ribeirao zou worden stopgezet, totdat een matig bestaan zonder hulp van buitenaf verzekerd was; 4) dat het administratieve en technische beheer onder geregelde controle zou komen van een ter plaatse uit deskundige Nederlanders samen te stellen commissie, die tevens toezicht zou uitoefenen op de naleving van de voorwaarden waaronder een eventueel krediet zou worden verstrekt.

“Niet de juiste persoon”
Ter toelichting van de tweede voorwaarde velden Van Roggen en Van Waveren het volgende oordeel over Heijmeijer: “Naar het inzicht der commissie is de emigratie naar en de oprichting van de kolonie Ribeirão voor een zeer belangrijk deel te danken aan het initiatief van de heer Heijmeijer, die met groot enthousiasme en optimisme deze zware taak is begonnen. Het is daarom uitermate te betreuren dat de commissie moet vaststellen dat voor het in productie brengen en het geven van de zakelijke leiding, de heer Heijmeijer niet de juiste persoon blijkt te zijn.
Dit was ook moeilijk te verwachten. Voor het nemen en uitvoeren van een dergelijk emigratie-initiatief zijn ongetwijfeld een zekere mate van idealisme en enthousiasme onmisbaar. Voor de commerciële en zakelijk-technische voering van een bedrijf onder bijzondere omstandigheden, zijn evenwel geheel andere karaktertrekken gewenst. Zelden worden deze divergerende eigenschappen tegelijk in één persoon aangetroffen.”

Grove fouten
Vervolgens gaf de commissie Van Roggen-Van Waveren een opsomming van grove fouten en tekortkomingen die de leiding konden worden aangerekend:
“a) Uit de totstandkoming en de praktische uitvoering van de kolonie blijkt duidelijk dat de voorbereiding en planning veel te weinig zorg en aandacht hebben gehad.
b) Ook de financiële opzet van het bedrijf was weinig doordacht; vrijwel bij de aanvang moet reeds duidelijk zijn geweest dat de coöperatie – ook bij een gunstige rentabiliteit – spoedig in liquiditeitsmoeilijkheden zou geraken.
c) Van enig weloverwogen plan, hoe de kolonie zich moest ontwikkelen en welke de middelen van bestaan zouden zijn, is tot aan de komst der commissie geen sprake geweest. De leiding is bij haar bedrijfspolitiek blijkbaar volkomen opportunistisch en optimistisch te werk gegaan. (…)
d) Belangrijke bedragen zijn geïnvesteerd in objecten die niet of eerst in de toekomst een rendement zullen afwerpen. Vooral de bouwerij is duur geweest. Men had in vele gevallen kunnen volstaan met semi-permanente uitvoering en/of het gebruik van minder dure materialen, waardoor grote bedragen zouden zijn bespaard voor productieve doeleinden.
Ditzelfde geldt ook voor de machines, bij de aanschaf waarvan meer beleid en zuinigheid betracht had kunnen worden. (..)
e) De belangrijkste functies van de coöperatie, speciaal in de toekomst, zijn de verkoop en de inkoop. Ook hier, zelfs voor wat betreft voedingsmiddelen in Brazilië, geldt, dat produceren gemakkelijker is dan verkopen. Tot op heden is aan de organisatie van deze beide functies vrijwel niets gedaan. (…)
f) Met het grote en zeer gunstig ‘gestemde’ landbouwproefstation te Campinas is betreurenswaardig weinig contact opgenomen. Terwijl noch de leiding, noch de boeren zelf, enige ervaring hadden op agrarisch gebied in sub-tropische streken, is men grotendeels naar eigen inzicht gaan werken, terwijl deskundige voorlichting zo nabij is en ook gaarne werd gegeven. Zelfs de komst van een jong landbouwkundig ingenieur heeft hierin geen verbetering gebracht, daar deze direct aan geheel ander werk werd gezet. (…)
g) Het bovenstaande geldt in versterkte mate voor de veebelangen. Ook hier is zonder voldoende gebruik te maken van de desbetreffende Braziliaanse instanties en zonder dat enige veterinaire hulp aanwezig was, de veestapel van Nederland naar een sub-tropisch klimaat, deels zelfs in het ongunstige jaargetijde, overgebracht. Door onervarendheid, onvoldoende voeding en slechte verzorging, zijn een groot aantal dieren gestorven, waarvan een belangrijk deel bij goede behandeling behouden had kunnen blijven. Niet alleen de grote sterfte onder het vee, doch ook de ernstige vertraging in voortplanting en productie (in september 1950 niet meer dan gem. 6 liter per dag per koe), is aan deze onoordeelkundige behandeling in de beginperiode te wijten. (…)
h) Van verschillende zijden moest de commissie vernemen dat de leiding van Ribeirão, die toch geheel nieuw en vreemd was in Brazilië, praktisch nooit raad kwam vragen aan de reeds lang in dat land gevestigde Nederlanders, die de typische verhoudingen en toestanden uitstekend kennen en gaarne en belangeloos hun raad zouden hebben gegeven.
De uit hoofde van zijn functie door de emigratie-attaché (een man met grote tropische landbouw- en irrigatie-ervaring) gegeven adviezen werden wel aangehoord maar voor het grootste deel niet opgevolgd.
i) Zo is van de aanwezige mogelijkheden inzake watervoorziening veel te weinig gebruik gemaakt. Men had met enige kosten maar vooral met enige goede wil, vrij behoorlijke stukken bouwgrond met behulp van irrigatie direct voor intensieve landbouw geschikt kunnen maken. Instede daarvan heeft men zich geworpen op de uit Brabant zo welbekende ontginning van droge arme gronden, die weliswaar goedkoper is, maar slechts zeer matige en riskante cultures kan dragen. Bij een juiste plaatskeuze van boerderijen en het graven van eenvoudige leidingen had men bij vele stallen en erven waarschijnlijk steeds lopend water kunnen krijgen. (…)
j) De keuze en benoeming van de technische afdelingsleiders, praktisch geheel in handen van de heer Heijmeijer, is niet altijd juist en gelukkig geweest. Bij de beoordeling behoren in ieder geval bekwaamheid en flinkheid de doorslag te geven. Voorts werden verscheidene figuren aangetroffen wier aanwezigheid en functie in dit specifiek agrarisch bedrijf niet goed verklaarbaar was.
k) De commissie verkreeg de indruk dat de dagelijkse leiding en de uitvoering van de werkzaamheden vrijwel uitsluitend in handen liggen van de president, hetgeen voor een groot bedrijf niet juist kan zijn. Vrijwel niemand anders heeft de bevoegdheid een beslissing te nemen.

Bron: Rapport Van Roggen/Van Waveren, okt. 1950. NA, Archief Directie voor de Emigratie, 2.15.68, inv.no. 1616.

 

 


Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *