Fazenda “Holambra” rendeert uitstekend

In Brazilië hebben Nederlandse boeren een goede toekomst

Van 12 tot en met 16 september 1954 vond op kasteel Bouvigne te Breda een internationaal katholiek migratiecongres plaats. Tijdens dit congres, waar katholieke organisaties uit de hele wereld die betrokken waren bij de migratie- en bevolkingsproblematiek vertegenwoordigd waren, hield ook Charles Hogenboom, voorzitter van de coöperatie Holambra, een voordracht. Voor het Bredase dagblad De Stem was het aanleiding om een artikel te wijden aan het functioneren van de jonge emigrantengemeenschap Holambra en de aandacht die er was voor het vormingswerk op de fazenda.

Kinderen van de familie Bovee uit Meerlo (L) op weg naar school

Fazenda “Holambra” heet de nederzetting in Brazilië, waar honderd boerengezinnen uit Nederland zich een goed bestaan hebben verworven. Ze ligt niet ver van Campinas en São Paulo, in een van de prettigst bewoonbare gebieden van het land, dat de meesten van ons alleen kennen, omdat de grootste rivier ter wereld er stroomt en de hoofdstad, Rio de Janeiro, een beroemde klank heeft.
In 1948 werd met het experiment van een coöperatief landbouwbedrijf begonnen, en nu al mag men constateren, dat het ten volle is geslaagd. De Nederlanders, die hier hun boerderijen hebben, voelen zich in hun nieuwe vaderland uitstekend thuis en de kinderen, die op de scholen van de fazenda in het Portugees onderricht krijgen, zullen in Brazilië een toekomst vinden, die Nederland hun niet bieden kon.

Scholen, cursussen en jeugdwerk
Tijdens het internationaal migratiecongres, zoals op Bouvigne te Breda is gehouden, doet het een Nederlander goed, te horen dat een Nederlands initiatief in Rome bekendheid heeft gekregen als een van de succesrijkste katholieke initiatieven op migratiegebied. De heer C.J.J. Hogenboom, president van de fazenda, juist uit Brazilië overgekomen, mede voor besprekingen met de regering, spreekt met geestdrift over de onderneming. De mogelijkheden daarginds, zegt hij, zijn onbeperkt. Alleen worden ze nog te weinig gepropageerd.
Hij voegt eraan toe, dat emigratie naar Brazilië, voor boeren die geen kapitaaltje hebben, momenteel nog niet mogelijk is. De vestiging is vrij duur en de omstandigheden, waaronder men moet beginnen, zijn heel anders dan bijvoorbeeld in Canada.
In Brazilië als boerenknecht beginnen is onmogelijk. Het levenspeil van een landarbeider is te laag, dan dat een Nederlander hieraan zou kunnen wennen. De gezinnen op de fazenda zijn vrijwel alle boerengezinnen, die hun bedrijf in Nederland van de hand hebben gedaan en met het geld een nieuw bedrijf in de staat São Paulo hebben gekocht. Door tussenkomst van de Katholieke Emigratiestichting werden ze hiertoe in staat gesteld.

Nieuwe plannen
De grond van de fazenda is van goede kwaliteit en de coöperatie rendeert uitstekend. De markt biedt ongelimiteerde mogelijkheden. Tweeduizend hectaren zijn tot nu toe in cultuur gebracht, drieduizend moeten er nog bewerkt worden. Het feit, dat men geld nodig heeft om in Brazilië te kunnen beginnen neemt niet weg dat dit land nu al het emigratieland bij uitstek voor de Nederlandse boer mag heten. Veel boeren immers, die omwille van hun kinderen nieuwe ontplooiingsmogelijkheid zoeken, kunnen inderdaad met een kapitaaltje beginnen. Zeker als zij een renderend bedrijf in Nederland “ruilen” voor een boerderij daarginds.
In de naaste toekomst, horen we, wil men plannen uitwerken, die ook jonge boeren zonder kapitaal, maar met een paar sterke handen, de kans geven in Brazilië een bestaan te vinden. De Braziliaanse regering, die ook eerder haar stem gaf aan immigratie van Nederlanders, heeft voor dit nieuwe project, waarvoor we nog niet in details kunnen treden, grote belangstelling.
Tot nu toe leggen de Nederlandse boeren zich in hoofdzaak op de veeteelt, de verbouwing van mandioca en dergelijke. Het zuivelbedrijf geeft prachtige resultaten.

Volwaardige gemeenschap
Het opnemen van de Nederlanders in de Braziliaanse samenleving gaat langs wegen der geleidelijkheid. Dat men in “kolonie-verband” werkt, betekent zeker niet, dat men de Nederlandse regering voor invloeden van buiten wil beschermen. Braziliaanse arbeiders met hun gezinnen vinden op de fazenda een onderkomen. Om practische redenen zijn er twee lagere scholen, maar de Braziliaanse kinderen, wier ontwikkeling bij de Nederlandse niet achterblijft, zitten met deze laatsten in een en dezelfde school. Dat het onderwijs in het Portugees wordt gegeven, bewijst eveneens, dat aan de opzet van de fazenda elke neiging tot isolatie vreemd is. Aan de andere kant wordt het “ingroeien” van de Nederlanders in de Braziliaanse gemeenschap niet geforceerd. Het moet zich langs natuurlijke weg voltrekken.
Behalve lager onderwijs wordt er op de fazenda ook huishoudonderricht gegeven en bovendien zijn er avondcursussen voor volwassenen, die de gelegenheid geven tot algemene ontwikkeling op breed terrein. Er zijn ook toneel- en ontspanningsclubs en pater Verberne uit Heeswijk, pastoor van de Nederlands-Braziliaanse parochie, heeft het jeugdwerk gecreëerd, dat aan de omstandigheden van land en streek is aangepast: het Ruitersgilde van St. Martinus.
Het zou vergeleken kunnen worden met de verkennerij, wat opzet en indeling naar leeftijdsgroepen betreft. Het systeem van dit jeugdwerk is echter nieuw. Men gaat uit van de overweging, dat de jeugd bij haar spel in de vrije robuuste natuur van het land gegrepen moet worden en dat dit “spel van verkennen” daarop geïnspireerd moet zijn. Het feit, dat zaken als deze al onderwerp van ernstige studie uitmaken op de fazenda, bewijst dat het experimentele stadium voorbij is en dat men met een gemeenschap te doen heeft, die reeds een gedegen eigen karakter heeft.

Goed klimaat
De Nederlanders zijn tevreden over de samenwerking met de Brazilianen op het bedrijf. De laatste tonen zich dankbaar tegenover hun werkgevers, die hun niet alleen een goed loon geven, maar goede prestaties bovendien belonen met premies-in-natura, zoals eieren, boter en andere producten van het bedrijf.
Het klimaat in de staat Sao Paulo is te vergelijken met dat van Zuid-Frankrijk. Het is een klimaat waarin het goed wonen en werken is. Verder heeft de fazenda uitstekende verbindingswegen met de steden São Paulo en Campinas.
Natuurlijk ontmoeten de emigranten ook moeilijkheden. Voor geen enkele pionier ligt het bedje immers gespreid. Geen enkel boerengezin echter, constateert de heer Hogenboom, hoeft zich door die moeilijkheden te laten afschrikken. De tevredenheid en de werklust van de mensen, die in Brazilië een nieuw bestaan vonden, houden een bemoedigend advies in aan veel andere Nederlanders, die in het vaderland uitzien naar nieuwe mogelijkheden voor zichzelf en hun gezin.

 


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *