Achterhoekers emigreren naar Brazilië

Het vertrek van het eerste contingent emigranten naar de Fazenda Ribeirão in december 1948 trok veel aandacht in de Nederlandse pers. Elke krant had wel zijn eigen invalshoek om er over te schrijven. Het Twentse dagblad Tubantia ging ook op de Algenib kijken en sprak met de Achterhoekse emigranten.

Ms Algenib

In de nacht van Zaterdag op Zondag j.l. is het vrachtschip De Algenib, van de Mij Nijvelt-Goudriaan met 65 Nederlandse emigranten aan boord van Antwerpen naar Brazilië vertrokken.
Per trein of bus kwamen de emigranten in de loop van Zaterdag naar Antwerpen. De Emigratie-Stichting van de K.N.B.T.B. zond 32 personen uit, die in Riberão bij São Paulo gezamenlijk werk zullen vinden op een bedrijf van 5000 H.A. Dit gezelschap werd uitgeleide gedaan door ir. Heijmeijer, die binnenkort eveneens naar Brazilië vertrekt. Voorts waren bij de inscheping aanwezig de heren G. Kampschröer, voorzitter Emigratie-Stichting K.N.B.T.B., ir. Wellen van de N.C.B., J. Hartland, directeur Stichting Landverhuizers en H. van Sleeswijk, adj.-directeur Centr. Stichting Emigratie.
Nadat we met kapitein Bakker een praatje hadden gemaakt en de 1e stuurman F. Goudriaan ons op het schip had rondgeleid, kwamen de passagiers geleidelijk aan boord. Zo troffen we de heer J. Rauwers, lasser, met echtgenote en kinderen, uit Winterswijk. De heer Rauwers had nogal een zwaar hoofd in de economische ontwikkeling van ons land, waar men nu al maatregelen treft tegen eventuele werkloosheid. De heer Melis uit Wamel, met zijn Winterswijkse vrouw, mevr. T. de Keijzer en twee kinderen, zag de toekomst in Nederland ook al niet erg rooskleurig. Hij was blij als landbouwer in zijn nieuwe vaderland een bestaan te kunnen vinden. Eerst werkt hij een jaar op een boerderij, welke hij dan volgens afspraak kan kopen. Hij heeft in het plaatsje Não me Toque in de staat Rio Grando do Sul een broer wonen, die alles voor hem heeft geregeld.
Voorts kwamen enige gezinnen uit de omgeving van Diessen bij Tilburg aan boord, o.a. de landbouwer Theunissen met vrouw en drie dochters en een zoon. Vroeger woonde dit gezin in Zevenaar. De 19-jarige Borst uit Zevenaar hoopt in Zuid-Amerika als bestaan te kunnen verwerven. Hij is in elk geval, vol goede moed. „Mijn broer is er al”, zo zeide hij, „en mijn vader is er al geweest! Ons hele gezin volgt”.
Ook de 21-jarige landbouwer W. Stapelbroek, vroeger wonende te Eibergen, thans te Diesen en de 19-jarige metselaar en oud-Eibergenaar H. Klein-Gunnewiek, hopen, dat het geluk hun in Brazilië zal dienen.
Familieleden van de emigranten werden in de gelegenheid gesteld de boot te bekijken. Hoewel de passagiers verblijven op deze nachtboot niet luxueus zijn, zijn ze comfortabel en vooral helder en proper. Aanvankelijk zou de Algenib Zaterdagmiddag j.l. om 3 uur vertrekken, doch daar de ruimen van dit 9500 ton metende schip toen nog niet voldoende waren gevuld, werd het vertrek bepaald op ‘s nachts een uur. De meeste familieleden keerden in de loop van de avond huiswaarts.
Des nachts lichtte de Algenib de trossen. De emigranten varen niet alleen het nieuwe jaar tegemoet, maar ook een nieuwe — en naar we hopen — goede toekomst!


Een gedachte over “Achterhoekers emigreren naar Brazilië

  1. Melis Beantwoorden

    Mijn vader was de eerste met nog twee families die in Nao-Me-Toque R.S na toe zijn geiniegreerd

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *